Tallinn 22


Ondanks de muzikale terreur slapen we toch goed door. Dat is maar goed ook, want de dag erna hebben we een druk programma, op diverse locaties in de stad. We starten met een busrit naar de bushalte Kaja. Verdere uitleg is niet nodig. Daarna rijden we direct terug naar het centrum, om vervolgens naar Kadriorg te gaan. Aan zee staat daar het Russalka-monument. Begin vorige eeuw werd dit monument geplaatst ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de scheepsramp die zich vlak voor de kust van Estland voordeed. Ruim 100 jaar na dato wordt hier deze ramp nog herdacht.

Kort daarna rijden we door naar Pirita. De Selver, Estlands grootste supermarktketen, heeft daar één van de grootste vestigingen van de provincie Harjumaa. Maar liefst twee verdiepingen telt deze supermarkt. We slaan daar veel siroop in, zoals Valge Klaar en Limonaad. Uiteraard vergeten we de befaamde Kirsi Siirup niet, die na 12 jaar (gelukkig) nog steeds hetzelfde smaakt. Met bomvolle tassen lopen we terug naar de bushalte. Onderweg vraag ik me af of we nu niet veel te veel bagage hebben, maar alles in de resterende dagen opdrinken is ook niet bepaald een straf.

Die avond zijn we weer in Rotermanni Kvartal, waar we eten bij Basiilik. De medewerkers herkennen ons nog, al is het maar doordat we aan dezelfde tafel zitten. De huisgemaakte ijsthee valt aardig in de smaak, al is de buitentemperatuur wellicht meer geschikt voor een ander drankje. Aangezien het onze één-na-laatste avond is, lopen we nog een rondje door de binnenstad. Via Vabaduse väljak, dat aan de rand van de binnenstad ligt, keren we terug naar het appartement.

Tallinn 21


Na drie intensieve wandeldagen, blijven we deze dag dichter bij huis. We duiken Viru Keskus in. Dit winkelcentrum, op steenworp afstand van ons appartement, huisvest tal van grote winkelketens die Estland rijk is. Uiteindelijk eindigen we in Kaubamaja, waar de speelgoedafdeling, die een complete etage beslaat, de meeste aandacht trekt (en ook het meeste geld uit onze portemonnee trekt).

Ondertussen vliegt de tijd voorbij, en zullen we op zoek moeten naar een restaurant om te gaan eten. Redelijk dicht bij Toompea zit Õlleklubi, ofwel De Bierclub. Ze hebben er een menukaart, maar van harte gaat het niet. Ook in de keuken lijkt iedereen in shock omdat er nu mensen zijn die daadwerkelijk eten bestellen. De stamgasten, die via een Russisch sportkanaal voetbal kijken, lijken verrast, dat hun pub ook eten serveert.

Na een klein uur staan we weer buiten, en besluiten we ons ov-abonnement, dat nog minder dan 24 uur geldig is, te gebruiken om de stad te verkennen. We stappen in één van de nieuwste trams die Tallinna Linnatransport bezit. Dit type zal overigens ook in Utrecht rijden, als de Uithoflijn gereed komt. We besluiten door te rijden naar het eindpunt, alwaar we blijven zitten. De rit voert ons naar Tondi, gelegen in de wijk Kristiine, waar we bijna een appartement gehuurd zouden hebben. Hoewel deze wijk niet heel spannend is, maakt de zonsondergang en het uitzicht op het nabijgelegen Ülemiste järv, het meer nabij het vliegveld, het totaalplaatje net iets mooier.

Twintig minuten later vertrekt de tram weer terug naar het centrum. We zouden door kunnen gaan naar het andere eindpunt, gelegen bij het vliegveld, aan de andere kant van Ülemiste järv, maar gaan uiteindelijk toch terug naar ons appartement. Daar worden we opgewacht door Paul T. De gitarist die óf goed kan doen alsof hij gitaar speelt, óf slechts 10 nummers kent; hoe dan ook, tot laat in de avond mogen we weer genieten van zijn creatieve uitspattingen.

Tallinn 20


De volgende dag brengen we geheel in de buitenlucht door. De zon is teruggekeerd en de oude stad warmt langzaam op. Maar lang in de oude stad blijven, doen we niet. We gaan namelijk naar Toompea. Deze heuvel, die grenst aan de oude stad, biedt namelijk een prachtig uitzicht op Tallinn. Voordat we deze gaan beklimmen, duiken we eerst de Neitsitorn nog in. Enkele jaren geleden was het slechts mogelijk om de aangrenzende stadsmuur te bewandelen en daar een kop thee te drinken. Tegenwoordig is er meer gerenoveerd en zit er zelfs een museum, dat onderdeel is van Kiek in de Kök. De trappen zijn met dit weer een uitdaging, maar het uitzicht dat je ervoor terugkrijgt, maakt veel goed.

Niet veel later staan we in de Alexander Nevskikathedraal. De enige plek in Tallinn waar nog volop Russisch gesproken wordt, en de overheid, die ironisch genoeg in het gebouw er tegenover huist, niets aan kan en wil doen. De beheerders van de kathedraal letten er goed op dat binnen geen foto’s gemaakt worden. Mensen die dat toch doen, worden vakkundig door een twee meter lange man uit het publiek gevist.

Via de Riigikogu, die helaas dicht is, lopen we door een stuk van Tallinn waar we niet vaak zijn geweest. Toompea kent vier uitkijkpunten, twee daarvan zijn de moeite meer dan waard, en staan hoog op het lijstje. Wie Toompea van buiten de stad benaderd, wordt geconfronteerd met trappen, heel veel trappen. Het loont om even om te lopen en via de heuvel omhoog te gaan. Na een wandeling door de straatjes treffen we bij toeval Piiskopi Vaateplatvorm; deze stond niet op het lijstje, maar aangezien we er toch zijn, waaien we ook hier graag even uit. Na een fotoshoot met een meeuw lopen we door naar Patkuli Vaateplatvorm. Ook hier kijken we uit op de oude binnenstad. Terwijl we naar beneden kijken, en vele toeristen zien zwoegen op de trappen die naar hetzelfde punt leiden, genieten we van het uitzicht. Via een pop-up-terras, waarvan we nog steeds niet weten of ze überhaupt een licentie hebben, eindigen we bij Kohtuotsa Vaateplatvorm. Na een reeks foto’s dalen we langzaam weer af naar de oude binnenstad en ons appartement.

Tallinn 19


Na het bezoek aan het KGB-museum gaan we naar een ander overblijfsel uit deze periode. Tussen twee winkelcentra in ligt Energia Kohvik. Dit café heeft nog een traditionele jaren ’70 uitstraling, en overigens ook dito service en assortiment. Deze plek trekt voornamelijk een wat ouder publiek, dat de Sovjettijd nog meegemaakt heeft. Na een kiluvõileb sibulaga, zonder ui helaas, duiken we de naastgelegen Kaubamaja in, een warenhuis vergelijkbaar met de ter zielen gegane V&D.

Een dag later staan nog veel meer winkels op het programma. Aan de rand van de stad ligt Rocca al Mare, een wijk met een gelijknamig winkelcentrum. Hoewel er regen voorspeld is, blijft de temperatuur aan de hoge kant, en de lucht angstvallig strakblauw. De airco van het winkelcentrum hadden we enkele dagen eerder al goedgekeurd, dus gaan we alsnog. Tijdens het winkelen blijkt dat de regen ditmaal niet overwaait, maar netjes boven Tallinn blijft hangen; en lang ook. Voor ons geen probleem; wij vermaken ons wel in de Prisma, een hypermarkt met meer dan 60 gangpaden vol met kleding, schrijfwaren, drinken, groenten, kaas en nog veel meer. Je kan er nog net geen auto kopen.

Na een dag overdekt winkelen, reizen we tegen de avond terug naar ons appartement. Het weer is inmiddels omgeslagen, dus eten op een terrasje is niet uitgesloten. Ditmaal strijken we neer bij restaurant Rae, dat er een nogal apart personeelsbeleid op na houdt. Gasten blijken ineens gastheren te zijn, en omgedraaid. De rekening klopt, en het eten is ook niet slecht, dus het zal uiteindelijk wel goed zitten.

Tallinn 18


Een dag later proberen we ons dagprogramma van de dag ervoor nogmaals uit te voeren. Dat lijkt te lukken, als we na een klein half uur voor de ingang staan van de dierentuin, Tallinna Loomaaed. Ten opzichte van een aantal jaren eerder is er veel veranderd. Diverse verblijven zijn opgeknapt, of staan op de lijst om opgeknapt te worden. Het nieuwe verblijf van de ijsberen is het meest recente dat is opgeknapt. Uiteraard brengen we ze een bezoekje, maar we slaan ook de uilen, krokodillen, vissen en slangen niet over. Door de warme temperatuur doen we rustiger aan dan we van plan zijn, en slaan het winkeluitje in winkelcentrum Rocca al Mare deze dag even over; al is het binnen wel beter vertoeven dan buiten.

In de avond krijgen we gematigd goed nieuws, het lijkt gedaan met de aanhoudende hitte in Estland, of in ieder geval in de hoofdstad. De volgende dag zouden we naar Rocca al Mare gaan, maar stellen dit toch maar uit naar een dag waarop meer regen voorspeld is. Dit is in Tallinn altijd een gok, aangezien veel regenbuien pas buiten de stad lijken te vallen, en veel, letterlijk, overwaait. Om die reden besluiten we Rocca al Mare nog een dag op te schuiven.

Een dag later staan we op de 23e verdieping van Hotell Viru. Een verdieping die tot de val van de Sovjet-Unie officieel niet bestond, maar wel aanwezig was. Reden hiervoor is de huisvesting van de KGB op de bovenste verdieping van het hotel, dat speciaal gebouwd werd voor het ontvangen van, voornamelijk Finse, toeristen. Het gebouw, dat in opdracht van de Sovjet-Unie door de Finnen werd gebouwd, moest ervoor zorgen dat alle gasten in Tallinn zo streng mogelijk gecontroleerd konden worden, uiteraard zonder dat ze het wisten. Door de hoge eisen die de Sovjet-Unie aan het hotel stelde, kregen de Finnen de bouwopdracht. Zij konden immers sneller een hotel van betere kwaliteit neerzetten dan de Sovjets zelf. Dit werd overigens in de Sovjet-Unie als hulpproject ten behoeve van de Finse economie gepresenteerd om zo onrust onder de bevolking te voorkomen.

De 22e etage is tegenwoordig een etage als alle andere, maar deed jarenlang dienst als restaurant. Vanaf dit punt hadden de buitenlandse gasten een prachtig uitzicht over de stad. De 23e verdieping bleef gesloten. Het speciale uitkijkpunt, dat de architect voorzien had, mocht niet bezocht worden in verband met de staatsveiligheid. Menig toerist zal genoegen hebben genomen met het zicht vanuit het restaurant, nieuwsgierigere mensen kwamen er al gauw achter dat er meer schuilging achter de deuren naar de trappen in het restaurant.

Die argwaan was terecht, want de KGB kon vanaf deze etage alles in de gaten houden. Belangrijke gasten werden in geprepareerde kamers geplaatst, waar men snel microfoons kon plaatsen. Doorgaans had je als gast in een dergelijke kamer geen andere hotelgasten als buren, maar KGB-agenten. Zij konden via gaten in de muren foto’s maken, en als aanvulling op de microfoons, nog meer afluisteren. Men deinsde er ook niet voor terug om gebeurtenissen uit te lokken. Het was niet ongebruikelijk dat hooggeplaatste gasten ineens bezoek kregen van opdringerige vrouwelijke bezoekers. De foto’s die dan gemaakt werden, waren perfect chantagemateriaal, ook al gebeurde er niks; een Finse generaal kan hierover meepraten.

Ook in de restaurants was je niet veilig. Obers werden door de KGB verzocht om dergelijke hotelgasten aan speciale tafels te laten zitten. In de borden, waar brood op geserveerd werd, zat een draadloze microfoon. Hierover was nagedacht, want wanneer het bestek het bord raakt, kan dat een naar geluid opleveren. Deze tafels stonden onder een antenne, die weer in verbinding stond met het hoofdkwartier boven in het hotel, dat na de val van de Sovjet-Unie op stel en sprong is verlaten. De KGB-agenten hebben alles achtergelaten, en enkele dingen vernield. Het museum verkeert overigens nog grotendeels in deze staat.

Het museum vertelt overigens nog veel meer over de Sovjettijd in Tallinn en de rol die Hotell Viru daarin speelde.

Tallinn 17


Echter bruist iedereen in de avond al weer van de energie. Nabij de Neitsitorn worden diverse optredens gegeven door bezoekende koren. Zo treden er onder andere koren uit Italië, Estland, Panama en IJsland op. In een prachtig Middeleeuws decor worden prachtige, en soms wat minder prachtige, muziekstukken ten gehore gebracht. Met name IJsland springt door de muziekkeuze en taal in het oog. Het kan natuurlijk ook komen door de intimiderende blik van één van de koorleden.

Tijdens het wisselen van de koren, lopen we door de poort van de Neitsitorn naar de Riigikogu. In dit voormalige kasteel huist nu het Ests parlement, en staat recht tegen over de Alexander Nevski-kathedraal; de Russisch-Orthodoxe kerk, welke al ruim 7 jaar, gefaseerd, wordt gerenoveerd. Helaas is nu de voorzijde aan de beurt, waardoor leuke foto’s van die zijde dit jaar niet mogelijk zijn.

Terwijl de zon ondergaat, lopen wij nog naar Vabaduse Väljak. Dit plein, met het bekende verlichte oorlogsmonument, is ook in het donker een bezoekje waard. Daarnaast zijn de saaie lantaarnpalen voorzien van ledverlichting, die de vlag van Tallinn en Estland simuleren. Dat we op tijd zijn om dit te aanschouwen, blijkt een dag later. Terwijl Cantat XX nog bezig is, worden hier al de voorbereiding getroffen voor Ironman, een evenement dat nog meer ruimte op het plein nodig heeft dan Cantat XX en het zicht op het plein ontneemt.

Tallinn 16


Het zwoele weer zorgt ervoor dat we ‘s nachts niet best slapen. Als we uiteindelijk midden in de nacht wakker worden, zijn we getuige van de zonsopkomst, die een mooie lucht produceert achter een mooie skyline. Na enkele minuten duiken we weer in bed, aangezien we de daaropvolgende ochtend vroeg moeten vertrekken naar de dierentuin. Maar dat loopt anders…

Kort voor vertrek klaagt onze dochter over aanhoudende buikpijn. Onze ervaring leert dat we dan meestal richting huisarts moeten. Via een creatieve wandeltocht eindigen we bij een huisarts, net buiten het centrum. Deze vertrouwt het niet, en stuurt ons door naar een nabijgelegen ziekenhuis. Daar meten zij de standaard dingen, zoals temperatuur en zuurstofgehalte in het bloed. Kort daarna wordt besloten dat we door moeten naar Tallinna Lastehaigla; het Kinderziekenhuis van Tallinn. Patiënten vervoeren zij hier standaard per ambulance; dus ook in dit geval.

Een klein kwartier later staan we wederom in een ziekenhuis, waar de drie ambulanceverpleegsters bij ons blijven totdat de kinderarts naar ons komt. Een grondig onderzoek volgt, en binnen een uur staan we buiten met voorgeschreven medicatie. Deze ervaring rijker, leert ons dat er qua organisatie in de zorg in Nederland nog heel wat beter kan. Een avontuur rijker, gaan we uiteindelijk naar huis, en houden we op doktersadvies een dagje rust.

Tallinn 15


De zondag wordt een rustige dag. De heetste dag van het jaar, zo niet van de eeuw, is voorspeld. De dagjesmensen van de cruiseschepen smelten weg tijdens de snelle rondleiding door de stad. Wij beginnen onze dag nabij Vanalinna Muusikamaja. Dit is namelijk de plek waar één van de talloze onderdelen van Cantat zal plaatsvinden. Dit optreden is extra speciaal, aangezien we deze delegatie kennen uit onze thuisstad. Ensemble Illustre zal hier enkele liederen ten gehore brengen; en dat doen ze uitstekend. De zaal, met gemengd publiek uit Nederland, Zwitserland en Estland luistert ademloos naar de fractie van het repertoire.

In de middag staat bij ons om de hoek, op Raekoja Plats, één van de vele Estse kinderkoren op het programma. Ook Mongolië en Duitsland maken hun opwachting met een koor. Naast de traditionele liedjes trekt ook de klederdracht de aandacht. De jurken van de Mongoolse afvaardiging hebben misschien door de felle zon een negatief bijeffect, maar in het oog springen ze wel.

De dag sluiten we af in de stad, waar door vele koren nog tot laat in de avond gezongen wordt.

Tallinn 14


De temperatuur blijft stijgen, en bereikt zelfs de, voor Estland, magische grens van 30 graden; boven nul. Net als de locals pakken we onze handdoeken en stappen we in de bus naar Pirita. Een klein stadje tegen Tallinn aan dat grote bekendheid verwierf tijdens de Olympische Spelen van 1980, die in Moskou gehouden werden. Voor het gemak werd Pirita bij Tallinn gevoegd, dat maakte het internationaler. Tegenwoordig is Pirita weer helemaal bekend onder eigen naam. Deels door het strand, deels door de kloosterruïne, die af en toe dienst doet als openluchttheater.

Na een korte wandeling, langs de ijskraampjes, komen we aan op het strand. Met de drukte valt het aanvankelijk wel mee tot het leger een oefening komt houden. De verkoelende wind en de koude zeewatertemperatuur maakt het dagje strand een welkome verfrissende afwisseling. Dat ik vervolgens voor het eerst in 12 jaar verbrand, neem ik maar op de koop toe. De vorige keer was overigens ook op hetzelfde strand.

In de middag treffen we op Raekoja Plats een band aan, een Nederlandse band. De Koninklijke Harmoniekapel uit Delft blijkt, compleet met een Holland House, neergestreken te zijn in Tallinn. Samen met talloze andere koren uit voornamelijk Europa, maar ook daarbuiten, zullen zij optreden tijdens de 20e editie van Cantat die in Tallinn georganiseerd wordt. Een toepasselijkere locatie is ondenkbaar, aangezien Tallinn een rijke muzikale geschiedenis kent. Dit, in combinatie met de viering van het 100-jarig bestaan, zorgt voor een extra feestelijk tintje.

Diezelfde avond vindt op Raekoja Plats het openingsconcert plaats, waar enkele koren alvast een voorproefje geven van wat ze de komende dagen op diverse locaties binnen en buiten de stad ten gehore zullen brengen. Dat muziek leeft in Estland is wel duidelijk door de grote mensenmassa die op het evenement af is gekomen. Na ruim anderhalf uur is de opening ten einde en wordt verwezen naar het programmaboekje. Ondertussen hebben wij onze Utrechtse delegatie al lang in ons dagprogramma ingepland.

Tallinn 13


Met het diner van de vorige avond nog in onze maag, vertrekken we de volgende ochtend naar de wijk Lasnamäe. Deze wijk is tijdens de Sovjet-bezetting gebouwd, en is qua opzet en bouwstijl redelijk te vergelijken met de Utrechtse wijken Overvecht en Kanaleneiland. Ironisch genoeg vinden Esten in Utrecht dat ook. Dit is overigens ook de wijk waar ik de afgelopen jaren te pas en te onpas verbleef. Via Mahtra Hostel lopen we naar winkelcentrum Mustakivi, waar de Selver, gelukkig, nog een vestiging heeft.

Met de bus rijden we niet veel later rustig terug richting de stad, maar niet voordat we bij Lasnamäe Turg uitstappen. Enkele jaren geleden werd deze half overdekte markt geopend, om zo lokale boeren ook een verkoopplek te bieden. De overdekte gedeelte werd gevuld met lokale slagers, kaasboeren en bakkers. Er werd zelfs een bushalte voor de deur aangelegd.

Het concept werkte niet, waardoor het half overdekte gedeelte nu gemiddeld twee verkopers op de ruim 50 beschikbare plekken telt. De hal is voor de helft overgenomen door de Estse variant van de Voedselbank. Achter in de hal schuilt Linnapood, een kruidenierswinkel in de stijl van Albert Heijn, maar dan wel uit de beginjaren. De kassier pakt de spullen die je aanwijst, waardoor je ook nog eens extra voor de service betaalt.

Door deze wijziging is Juustukuningad ook niet meer in Lasnamäe te vinden. Vijf jaar eerder werden we daar onthaald door een enthousiaste kaasverkoper die ons de lekkerste kazen ter wereld wilde aanbieden. We kregen merken als Old Rotterdam en Vermeer voorgeschoteld. De zaak bleek gespecialiseerd te zijn in Nederlandse kazen. Als een geluk bij een ongeluk komen we onze kaaswinkel tegen in de buurt van onze uitstaphalte. Tegenwoordig huist hij in Rotermanni Kvartall.

Een wijk die de afgelopen jaren een enorme ontwikkeling heeft doorgemaakt. Diverse zaken hebben zich in dit gedeelte van de stad gevestigt. Basiilik, het pizza en pasta-restaurant dat hier als pionier begon en inmiddels een tweede zaak elders in de stad heeft, is trouw gebleven aan de locatie. Het menu is in de loop der jaren wel iets aangepast, maar het is nog steeds de moeite waard.