EV100 – XVI

De herwonnen onafhankelijkheid begon met een flink aantal tegenslagen. Zo vertrokken de Russische militairen niet direct. Pas op 31 augustus 1994 vertrokken de laatste, na moeizame onderhandelingen. De economie stortte vrijwel volledig in, doordat het zogenaamde achterland onbereikbaar werd. Ook een energiecrisis in de winter van 1991-1992 droeg niet positief bij aan de ontwikkeling van het land.

Vanaf de zomer van 1992 werden de eerste stappen gezet naar een totale hervorming. Men begon met de nieuwe Estse Kroon, welke in waarde gekoppeld werd aan de Duitse Mark. Deze operatie zorgde voor een uniek saamhorigheidsgevoel onder de Esten, in korte tijd moest in heel het land geld geleverd worden. Dit verliep vlekkeloos, aldus de betrokkenen destijds.

De tweede stap die gezet werd, was een referendum om een nieuwe grondwet in te voeren. Deze werd aangenomen, waarna het mogelijk werd om nieuwe verkiezingen uit te schrijven voor de Riigikogu. Mart Laar werd premier en kreeg de taak om Estland verder te hervormen. Dit lukte mede doordat de vele staatsbedrijven werden geprivatiseerd. Nog geen twee jaar later, in 1994, waren tekenen van herstel te merken. De daaropvolgende regeringen hebben deze koers voortgezet.

Ook internationaal is Estland zich meer gaan profileren. Het land had zich in 1991 al aangesloten bij de Verenigde Naties, in maart en mei 2004 volgden respectievelijk de Europese Unie en de NAVO. Het Verdrag van Schengen werd in 2007 geratificeerd en het lidmaatschap van de OESO volgde in 2011. De economische groei en de keurige begrotingen van de ministers zorgden ervoor dat Estland als eerste Baltische staat kon toetreden tot de euro.

EV100 – XV

De menselijke keten heeft effect gehad. In mei 1990 werd een verklaring aangenomen waarin een overgangstijd werd aangekondigd tot het volledig herstel van de onafhankelijkheid. Er kwam veel verzet uit Moskou, en ook de Russische minderheid verzette zich. Het lukte de Esten echter wel om stukje bij beetje meer bevoegdheden in Tallinn te krijgen. Door het voorzichtige werk van de Estse diplomaten bleef bloedvergieten uit.

In de Sovjet-Unie ontstond veel kritiek op de relatief progressieve handelswijze van Gorbatsjov. Een groep conservatieven van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie was het niet eens met de perestroika. Hierin werd geregeld dat de deelrepublieken binnen de Sovjet-Unie meer macht zouden krijgen. Op 20 augustus 1991 vond in Moskou een staatsgreep plaats. Deze mislukte na twee dagen, waarna een politieke chaos ontstond. Uiteindelijk viel de Sovjet-Unie definitief uiteen.

Premier Edgar Savisaar van Estland wist van deze situatie handig gebruik te maken door op die dag een resolutie aan te nemen die de onafhankelijkheid van Estland herstelde. Deze dag wordt herdacht als taasiseseisvumispäev, de dag van de herwonnen onafhankelijkheid. Niet veel later werd de onafhankelijkheid van de Baltische staten wereldwijd erkend, ook door de nieuw ontstane Russische Federatie.

EV100 – XIV

In de jaren ’60 begon het geleidelijk aan steeds beter te gaan met de lokale economie. Ook de levensstandaard was bovengemiddeld, vergeleken met de andere Sovjetrepublieken. Veel investeringen werden gedaan in infrastructuur en woningbouw, getuige de nieuwbouwwijken Mustamäe, Õismäe en Lasnamäe in Tallinn. Verder waren de supermarkten goed gevuld, iets wat geen dagelijkse kost was in andere Sovjetrepublieken.

Deze berichten gingen als een lopend vuurtje door de gehele Sovjet-Unie, en het was niet verwonderlijk dat hierdoor een nieuwe immigratiegolf op gang kwam. De rest van de wereld kreeg dit beeld in 1980 te zien, toen de zeilonderdelen van de Olympische Spelen in Tallinn werden gehouden. Even leek het erop dat zelfs de toeristische sector hiervan zou kunnen profiteren. Met name veel Finnen wilden hun vakantie wel in Tallinn doorbrengen.

Het tij keerde echter snel. Vanuit Moskou werd bepaald dat een nieuwe conservatieve partijleider zeggenschap zou krijgen over de Estse SSR. Het bleek iemand te zijn die weinig had met de lokale cultuur, waardoor de Estse taal nagenoeg overal verdween; zowel in de media als het onderwijs. Een nieuwe immigratiegolf volgde na de aanleg van de nieuwe haven van Tallinn. Nu waren de Esten ook in de hoofdstad in de minderheid.

Onder leiding van Sovjetleider Gorbatsjov werd tijdens de glasnost de ontevredenheid van de Esten duidelijk. Zij maakten zich zorgen over de toekomst, waaronder de cultuur en milieuvervuiling. Estland lag namelijk zeer gunstig voor industrieën. Ook de havens trokken veel zware industrie naar het land. Na de glasnost volgde de perestroika, de hervorming.

De druk uit de maatschappij was groot genoeg om in Estland een vooruitstrevende partijleider aan te stellen. Väino Väljas was degene die, samen met hervormingsgezinde communisten, streefde voor meer autonomie voor Estland binnen de Sovjet-Unie. Dit alles nam concretere vormen aan in 1988 toen de Rahvarinne, het Volksfront, werd opgericht.

De doelen werden steeds bijgesteld. In 1988 werd gestreefd naar meer autonomie, in 1989 was dit al onafhankelijkheid. In 1990 werd de daad bij het woord gevoegd en begon de Rahvarinne met diverse demonstraties die gekenmerkt werden door het zingen van, door de Sovjets verboden, volksliederen. Om die reden wordt deze revolutie ook aangeduid als Zingende Revolutie.

De meest imposante demonstratie was de Balti Kett, ofwel de Baltische Keten. Op 23 augustus 1989, een datum die niet geheel toevallig gekozen was, namelijk 50 jaar na het ondertekenen van het Molotov-Ribbentroppact, vormden ongeveer 2 miljoen mensen een keten van Tallinn, via Riga naar Vilnius. Deze actie kon rekenen op veel sympathie uit het westen, en veel kritiek uit Moskou die dreigende taal uitsloeg.

EV100 – XIII

Enkele dagen later, op 22 juni 1941, viel Nazi-Duitsland de Sovjet-Unie binnen. De opmars verliep snel, waardoor in juli 1941 het zuiden van Estland en Tallinn in augustus van dat jaar werd bezet. Aanvankelijk werden de Duitsers nog gezien als bevrijders, de deceptie was groot toen bleek dat Nazi-Duitsland niet voornemens was om de autonomie of de gehele onafhankelijkheid van Estland te herstellen. Daarnaast werd vrijwel de gehele Joodse bevolking gedeporteerd en vermoord, evenals 32.000 Estse mannen. Van de laatste groep kwam 40% in het eerste jaar om het leven door de slechte omstandigheden waarin zijn waren terechtgekomen.

De jaren erna maakte Estland deel uit van het Reichskommisariat Ostland onder Nazi-Duitsland. Net zoals in andere bezette landen werden lokale afdelingen van de SS opgericht, waar mensen zich vrijwillig konden melden. De animo onder de Esten was alles behalve groot om aan Duitse zijde mee te vechten, waardoor de bezetter genoodzaakt was om de dienstplicht in te voeren.
In het najaar van 1944 werden de Duitsers door de Sovjets verdreven. Estland was weer bezet door de Sovjet-Unie. Dit ging niet zonder slag of stoot, zo werd de stad Narva in een half jaar tijd vrijwel geheel met de grond gelijkgemaakt. Ook Tallinn bleef niet gespaard, op 9 maart 1944 vielen ruim 600 doden en werd een deel van de stad vernield.

De Sovjet-Unie greep deze kans aan om, geheel tegen het Verdrag van Tartu in, nog meer invloed te krijgen in de Estse Socialistische Sovjet Republiek, zoals Estland gelijk weer ging heten. Zo werd de oostgrens aangepast, ten gunste van de Sovjet-Unie. Estland raakte het gebied rondom Petseri en Ivangorod, oostelijk gelegen aan de Narva, kwijt. Verder werden er nog meer politieke zuiveringen uitgevoerd, die nog meer mensen in Siberië deed terechtkomen. Al deze acties zorgden ervoor dat meer dan 80.000 Esten het land ontvluchtten, velen van hen kwamen in Zweden terecht.

Ook op het gebied van onderwijs en immigratie werd een nieuwe, strenge koers gevaren. De russificatie was hier een belangrijk onderdeel van. Op scholen werd steeds meer aandacht besteed aan het Russisch, het Ests verdween naar de achtergrond. Op sommige Russische scholen werd zelfs in het geheel geen Ests gegeven.

Qua immigratie werden zowel gepensioneerden als arbeiders gestimuleerd naar Estland te verhuizen. De meesten van hen vestigden zich in Tallinn en het gebied rondom Narva. De aantallen waren niet gering, honderdduizenden trokken de grens over, waardoor de Esten een minderheid begonnen te vormen. De Estse cultuur werd steeds minder zichtbaar.

EV100 – XII

Aan de ontwikkeling van Estland kwam op 23 augustus 1939 een eind. Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie tekenden op die dag het Molotov-Ribbentroppact. Hierin verdeelden de mogendheden de grond tussen West- en Oost-Europa. Uiteindelijk kwamen de Baltische staten en Finland onder de Sovjet-invloedssfeer. Als gevolg hiervan werd Estland gedwongen om ruim 25.000 soldaten uit de Sovjet-Unie op eigen grondgebied toe te staan. De zittende Estse regering ging akkoord, al was het maar om buiten ieder conflict te blijven. Dit werd danig bemoeilijkt toen, als gevolg van het Molotov-Ribbentroppact, de uitgeleiding begon van de Baltisch-Duitse minderheid.

In juni 1940 volgde de beschuldiging vanuit de Sovjet-Unie aan de Baltische staten dat zij een alliantie tegen de Sovjet-Unie zouden vormen. De landen kregen het uitdrukkelijke verzoek om een sovjetvriendelijke regering te vormen. Ook moesten de landen onbeperkt troepen uit de Sovjet-Unie toelaten. Estland koos ervoor om niet de confrontatie aan te gaan om een bloedbad te voorkomen. Zonder verzet werd het leger uit de Sovjet-Unie toegelaten.

Nog geen dag later trokken de troepen de grens over en was Estland bezet. Zogenaamde sovjetagitatoren werden de grens over gestuurd om de bevolking te doen geloven dat nu ook in Estland de communistische revolutie was begonnen. Vanuit Moskou werd een commissaris, A. Zdjanov, naar Tallinn gestuurd om erop toe te zien dat een sovjetgezinde regering aan de macht kwam.

Een maand later werden verkiezingen georganiseerd. De leiders in Moskou bepaalden wie er mee mochten doen, waarna een uitslag volgde waarbij meer dan 90% van de bevolking op de nieuwe partij “Platform van de Werkende Klasse” zou hebben gestemd. Het was overduidelijk dat het hier om schijnverkiezingen ging. Desalniettemin nam het nieuwe parlement plaats en riep de republiek Estland uit tot Socialistische Sovjetrepubliek.

De oude regering en president Päts werden opgepakt en naar Sibirië gedeporteerd. In augustus 1940 werd Estland bij de Sovjet-Unie ingelijfd. In diezelfde maand volgden ook Letland en Litouwen. De meeste westerse landen erkenden deze oneigenlijke annexatie niet, en stonden toe dat Estland de ambassades in onder andere Londen openhield.

Ondertussen voerde Moskou de ene na de andere sovjethervorming door. De economie werd genationaliseerd en de stalinistische ideologie werd de standaard die door de overheid uitgedragen werd. Ook de verworven vrijheden in het onderwijs werden in rap tempo teruggedraaid. Daarnaast deinsde de bezetter er ook niet voor terug om geweld te gebruiken. In het eerste jaar van de bezetting werden ruim 8000 mensen opgepakt.

Onder hen de voormalige militaire en politieke top. Meer dan 2000 van hen werden geëxecuteerd, de rest werd gevangen gezet in onder andere Sibirië. Een jaar later, op 14 juni 1941, vonden in de Baltische staten tegelijkertijd massadeportaties plaats. Meer dan 10.000 burgers werden gearresteerd en naar alle uithoeken van de Sovjet-Unie gedeporteerd.

EV100 – XI

De onafhankelijkheid maakte het ook mogelijk om de Estse cultuur verder uit te breiden. Na jaren van oorlog en overheersing, was het nu voor het eerst mogelijk om in alle vrijheid onderwijs in de Estse taal te volgen. Leerplicht zorgde ervoor dat iedereen die in aanmerking kwam ook daadwerkelijk onderwijs kon volgen. Ook de universiteit van Tartu heropende, en begon gelijk met onderwijs in het Ests.

Het keerpunt brak aan in 1930. Estland werd zeer zwaar getroffen door de wereldwijde economische crisis. De export stagneerde en zorgde voor grote werkloosheid. Het overgrote deel van de beroepsbevolking was immers agrariër. Tevens ontstond er ook in de politiek onrust. Ontevreden oorlogsveteranen verenigden zich in een politieke partij, genaamd Vapsid. Zij zagen het liefst een staatsmodel naar voorbeeld van het Italiaanse fascisme.

Ook was men ontevreden over de functie van de Riigivanem, de staatsoudste. In 1933 volgde een referendum die mede als uitkomst had dat voortaan een president met meer bevoegdheden leider van het land zou zijn. De functie van Riigivanem kwam hiermee te vervallen. Dit nam de onrust niet weg, de Vapsid kreeg steeds meer aanhang, tot ontevredenheid van Konstantin Päts, op dat moment nog Riigivanem.

Toen duidelijk werd dat bij de volgende verkiezingen, in 1934, de Vapsid wel eens de grootste partij zou kunnen worden, maakte Päts van zijn nieuwe verworven rechten gebruik. Hij riep de noodtoestand uit, stuurde het parlement met vervroegd reces en verbood de partij Vapsid. De jaren erna regeerde Päts autoritair verder. De kentering kwam in 1938 wanneer een nieuwe grondwet werd aangenomen.

Eén van de belangrijkste punten uit deze grondwet was de invoering van een tweekamerparlement. Overigens werden andere partijen nog niet toegelaten, op Isamaliit na, de partij van Päts. Verder werd er op politieke berichtgeving nog censuur toegepast. Oproepen van Jaan Tõnisson om de democratie volledig te herstellen waren tevergeefs.

Hoewel Päts zeer autoritair regeerde, schuwde hij het gebruik van geweld. Ook de scheiding tussen de regering en rechtspraak bleef in stand. Wat Päts ook goed uitkwam was de aantrekkende economie, die vanaf 1936 geleidelijk aan de levensstandaard dusdanig verbeterde dat het niveau te vergelijken was met de rest van Scandinavië.

EV100 – X

De verkiezingen, die in april 1919 werden gehouden, hadden tot gevolg dat diverse hervormingen werden doorgevoerd die van invloed waren op de republiek. De grondwet en de herverdeling van grond waren de grootste veranderingen. Tegelijkertijd met de invoering van deze wetten werd ook de Riigikogu, het Ests parlement, geïnstalleerd, welke veel macht kreeg na de invoering van de grondwet.

In de jaren die volgden vonden veel veranderingen plaats. Door het onteigenen van de Duits-Baltische adel werd het grootgrondbezit teruggedrongen. De adellijke families werden veelal ook hun landhuizen uitgezet. Deze huizen kregen in veel gevallen een publieke functie. De vergoedingen die zij vanuit de staat kregen waren in veel gevallen zeer gering, wat veel families deed besluiten terug te keren naar Duitsland. De grond werd verdeeld onder de Esten om bedrijven te stichten. Dit alles om de communistische ideologieën onder de bevolking terug te dringen.

De landbouwhervorming was een groot succes. De productie oversteeg alle verwachtingen; Estland kon veel voedselproductie exporteren naar West-Europa. De havenindustrie kreeg het zwaarder te verduren. De grote scheepswerven boden genoeg capaciteit voor de gehele regio, maar die landen, met name de Sovjet-Unie, namen niks af. De economie kreeg vervolgens nog een impuls. De huidige valuta, de Estse Marka, werd vervangen door de Estse Kroon, welke gekoppeld was aan de goudprijs. Dit zorgde voor een bepaalde mate van stabiliteit in de economie.

EV100 – IX

Deze strijd op Ests grondgebied leidde ertoe dat Jaan Tõnisson, op dat moment premier, op 19 november 1919 besluit de vredesonderhandelingen te hervatten. De nieuwe koers betekende ook dat Estland deze onderhandelingen zonder Letland, Litouwen en Finland zou gaan voeren. Nog geen maand later, op 4 december begonnen de gesprekken in Tartu. Op nagenoeg hetzelfde moment vond er een invasie plaats van ruim 160.000 soldaten van het Rode Leger in Narva. De samengestelde Estse troepen, bestaande uit 85.000 man, wist het Rode Leger terug te dringen.

De vredesgesprekken leidden uiteindelijk tot de Vrede van Tartu, welke getekend werd op 2 februari 1920. Voorafgaand werd op 3 januari een staakt-het-vuren bereikt. Een belangrijk punt in het vredesverdrag was, dat de Sovjet-Unie voor altijd afzag van alle aanspraken op het grondgebied Estland. De grens van Estland kwam ongeveer overeen met de frontlinies tijdens het staakt-het-vuren. Verder kreeg Estland een strook grond ten oosten van de rivier de Narva, en een gebied rond Petseri. Deze gebieden werden in 1944 overigens weer ingelijfd door de Sovjet-Unie.

Estland was hiermee onafhankelijk en kon zich als republiek ontwikkelen.

EV100 – VIII

Het getouwtrek om het strategisch gelegen Estland was ook de Sovjets een doorn in het oog. Het Rode Leger wist niet het effect te bereiken dat men voor ogen had. Zodoende besloot men het over een andere boeg te gooien, namelijk de diplomatieke manier.

Deze methode startte al in de lente van 1919, toen men via radio-uitzendingen de wens uitsprak om vrede te sluiten met Estland. De eerste zet tot verzoening vond plaats in juni, toen de Gemeenschap van Arbeiders in Estland officieel werd opgeheven. Eind augustus kwam het verzoek om met de vredesonderhandelingen te beginnen. Niet veel later, op 4 september, accepteerden de Esten het voorstel, waarna de eerste gesprekken op 17 en 18 september plaatsvonden in Pskov.

De gesprekken eindigden op verzoek van Estland, zij wilden namelijk één gezamenlijk vredesakkoord tussen de Sovjet-Unie enerzijds en Estland, Letland, Litouwen en Finland anderzijds.
Verdere onderhandelingen bleven uit toen op 28 september het Noordwestelijke Witte Leger, onder leiding van generaal Nikolaj Joedenitsj, een offensief in de richting van Petrograd begon.

Estland verkeerde in een spagaat, want de vredesonderhandelingen waren immers begonnen, maar de Fransen en Britten hoopten nog steeds de Sovjetregering, waarmee onderhandeld werd, ten val te brengen. Met tegenzin verleenden de Esten minimale steun. De leider van hun bondgenoot, Joedenitsj, erkende de onafhandelijkheid ven Estland namelijk niet.

Het Noordwestelijk Witte Leger wist uiteindelijk tot op een tiental kilometer van Petrograd te komen. Het Rode Leger wist de troepen van Joedenitsj met succes terug te drijven richting Narva. Soldaten van het Noordwestelijk Witte Leger werden vervolgens, op Ests grondgebied, ontwapend en geïnterneerd. Voor Estland was het risico te groot om grote groepen gewapende mensen te hebben die niet loyaal waren aan de onafhankelijkheidsstrijd.

EV100 – VII

Begin april 1919 begon men met het vormen van de democratie. Door de invasies van het Rode Leger werd het een en ander bemoeilijkt. De verkiezingen voor de Estische Constituerende Assemblee, die het eerste parlement zou vormen, werden gehouden van 5 tot en met 7 april. De voornaamste taak zou het opstellen van een grondwet worden. Op 23 april werd tijdens de eerste bijeenkomst de sociaaldemocraat August Rei tot voorzitter gekozen. Uiteindelijk werd de voorlopige regering, geheel volgens plan, opgevolgd door een definitieve regering. Onder leiding van Otto Strandman nam het parlement twee belangrijke wetten aan.

Op 4 juni werd de grondwet aangenomen, 10 juni de wet op landhervorming. Met name de laatste wet was van grote invloed op het land. Volgens deze wet konden de Baltisch-Duitse grootgrondbezitters deels onteigend worden. Het vrijgekomen land werd vervolgens verdeeld onder de Esten, waarbij Estse militairen voorrang kregen in de verdeling.

Verder werd ook de defensie van Estland besproken. Estland besloot steun uit te spreken voor de Witte Legers die tegen het Rode Leger streden. Daarnaast steunde Estland ook de Letten, die verwikkeld waren in hun eigen onafhankelijkheidsoorlog, die overigens minder voorspoedig verliep dan die van Estland. Tevens werd toestemming gegeven aan Letten om een Noord-Letse brigade op te richten, welke bestond uit Letten die waren gevlucht voor het Rode Leger. Zodoende konden zij meevechten aan de zuidelijke grens van Estland.

De bondgenootschappen maakten Estland sterker dan de Sovjet-Unie aanvankelijk had verwacht. Operaties op Russisch grondgebied werden niet geschuwd. In mei 1919 werden twee van zulke operaties met succes uitgevoerd. Zo wist men, met hulp van de Britse marine, een divisie van het Rode Leger aan de andere kant van de rivier Narva te vernietigen. Een tegenaanval volgde, maar de frontlinie was ten gunste van Estland verschoven.

Ruim tien dagen later, op 24 mei, volgde een tweede offensief, ditmaal bij de stad Petersi. Een deel van het Estisch Rode Leger liep over, en een dag later was zelfs de stad Pskov in handen van Estland. Echter had Estland geen behoefte aan een annexatie van een Russisch stad, waarna het bevel van het leger aldaar werd overgedragen aan de bevelhebber van het Noordwestelijke Witte Leger. Pas in augustus van hetzelfde jaar zou het Rode Leger de stad weer innemen.