Eyeries 1

Op het avondprogramma staat het Eyeries Family Festival. Waar in Nederland elk evenement bij de minste of geringste regen- en onweersbui afgelast wordt, gaat in Ierland alles door alsof het de normaalste zaak van de wereld is. De start van het festival vindt plaats op de lokale speelplaats. Kinderen kunnen daar vrij spelen. Speciaal is het niet, ze kunnen dat daar elke dag.

Het naastgelegen basketbalveld is voorzien van een geïmproviseerde tent waar fruit uitgedeeld wordt. IJs wordt er, zelfs met deze temperaturen, verkocht voor het goede doel; het in stand houden van de speelplaats. Gek genoeg wordt het nog verkocht ook. De ballonnenverkoper deelt gratis ballonfiguren uit. Wij weten ook dat hij er mogen ook is, en dan de moeilijkere figuren maakt. Dan wel tegen betaling.

Op een achteraf gelegen parkeerplaats staat een man met zogenaamde zandkunst. Een interessant concept, waarbij je zand strooit over een lijmlaag op een tekening. Het overtollige zand gooi je terug, waarna je een met zand ingekleurde tekening overhoudt. Het is in ieder geval geen project dat je even in een middag kan doen. De kinderen hier denken er anders over en zoemen rond de bakken met zand als bijen in een bloemenveld. Ondertussen vraagt een kind of we Gealic aan het praten zijn. Nooit geweten dat de talen zo op elkaar lijken.

Tegenover onze auto is ondertussen een snacktentje geopend. Vorig jaar trok de term “frickendellen” nogal de aandacht. Hoewel de snackwagen er vorig jaar elke dag stond, was deze nooit geopend. Vandaag grepen wij onze kans om de frickendellen te proeven. Vol verwachting bestel ik er één bij de jongedame in de kraam. De look-a-like vna Lucy uit Celblok H, die ergens in een hoek verscholen stond, gooit hem in de frituur. Het wachten is begonnen. Nu ruim een jaar komen we er eindelijk achter wat frickendellen zijn.

De deceptie is groot, het is niets meer dan een frikadel. De vooraf opengesneden frickendel wordt gevuld met ketchup en gesnipperde uien. De halve Nederlandse frikadel speciaal is een Ierse frickendel… Overigens is ie wel gekruider dan zijn Nederlandse tegenhanger.

Bantry 1

Het is inmiddels vrijdag, en dat betekent dat er in Bantry markt is. Een ritje naar de kustplaats neemt al gauw anderhalf uur in beslag, dus bijtijds vertrekken is een must. Naar mate we Bantry naderen nemen de regenbuien in hevigheid toe.

Eenmaal aangekomen blijkt dat we het zeer waarschijnlijk niet droog zullen houden op de markt. Dat lijkt de kooplui niet tegen te houden, hun waar stallen ze uit alsof de zon schijnt. Voor sommige producten maakt dit niet veel uit, maar fruit wordt er niet lekkerder van. Alleen de eigenaren van de kledingkramen lijken zich echt om hun spullen te bekommeren.

Naast tal van tweedehands spul en, voor Ierse begrippen, exotisch eten, is er ook een marktkraam met levende dieren aanwezig. De kippen en eenden wisselen hier voor weinig geld van eigenaar. Helaas is een kip in de kofferbak moeilijk te verklaren bij de douane, dus ook deze kraam slaan we over.

Na het middaguur houdt de regen het voor gezien. Gelukkig laat de zon zich niet zien, waardoor de temperatuur aangenaam blijft. Een korte wandeling door de winkelstraten en de souvenirwinkels laat zien dat Bantry steeds toeristischer wordt. Er zijn er namelijk meer van, dan vorig jaar. Helaas ten koste van de Ierse CD-winkel, die een goede selectie Keltische muziek aanbood.

De lunch komt van de Supervalu, een Ierse supermarktketen die ook in het nabijgelegen Castletown zit. Het assortiment is in Bantry, gezien het winkeloppervlak, veel groter. Zo groot zelfs, dat ze zelfgemaakte sandwiches aanbieden. We besluiten de gok te wagen, en kopen ze. In de auto blijkt het geen miskoop; de eiersalade op het broodje blijkt zo stevig, dat deze al rijdende én zonder te knoeien te eten is.

Castletown 1

Na de lange reis van de dagen ervoor, was het geen moeilijke keuze om deze dag te bestempelen als rustdag. Alleen een klein ritje naar het dichtstbijzijnde stadje, Castletown-Bearhaven, stond op het programma om boodschappen te doen. Na een bezoek aan de lokale groenteboer, die ook schoonmaakmiddelen op citroenbasis verkoopt én de grootste supermarkt, die ook soft-ijsjes bij de servicebalie verkoopt, rijden we terug. De hevige regenbui die de lokale markt letterlijk in het water deed vallen, bleek plaatselijk; de rest van de dag bleef het droog.

Omdat dit in feite nog onze rustdag is, besluiten we de rest van de middag niet veel te doen. We spenderen de rest van de tijd in en om het huis. Het weer is goed, geen regen en geen zon en een matige wind. De vogels vliegen af en aan, de konijnen rennen door de heuvels en de schapen aan de overkant zijn als de dood als we iets dichterbij komen kijken.

De rust wordt verstoord door iemand die het een goed idee vond om, vermoedelijk, zijn afval in de buitenlucht te verbranden. Ergens is het wel begrijpelijk dat mensen zelf hun afval verwerken, maar prettig voor de omgeving is anders. Overigens is deze geur nog beter dan die rondom een ondergrondse container in Utrecht. Ruim 2 uur later is een deel van het dal gevuld met rook en lijkt aan de vuilverbranding voorlopig nog geen eind gekomen.

Lemybrien – Cork – Castletown

Na het verlaten van de boot, besluiten we gelijk te tanken. Dat onze auto op één tank van de oostkust naar de westkust van het Verenigd Koninkrijk kan rijden, was al een wonder, maar er moest nu wel getankt worden. Direct na het tanken besluiten we door te rijden naar Cork.

Onze eerste pauzestop in Ierland is bij Applegreen in Lemybrien. Puur toeval, want een jaar eerder pauzeerden we op de terugreis op dezelfde plek. Ditmaal door de hevige regenval onherkenbaar. Aan de locatie zelf is weinig veranderd, zelfs het iets te vrolijke personeel voor de vroege ochtend is er nog. De Subway, met nieuwe huisstijl, serveert er English Breakfast Subs. Dit maakt een hoop goed. Lunchen hoeft hierna ook niet meer.

Terwijl het steeds harder begint te regenen, rijden wij in één keer door naar Cork, naar het Wilton Shopping Centre, even buiten de stad. Het weer zit niet mee, waardoor wij besluiten iets langer in het winkelcentrum door te brengen dan gepland. De enorme Tesco biedt genoeg vertier om te wachten op beter weer. Uiteindelijk doen we er maar onze boodschappen. Omdat we toch dezelfde dag nog in het westen van Ierland moeten aankomen, gaan we toch de weg weer op.

Pembroke – Rosslare

Doordat we veel van onze geplande dingen niet konden doen, waren we ruim 2 uur te vroeg bij de terminal in de haven. De terminal oogde nog troostelozer dan die in Duinkerke. Al was hier wel personeel aanwezig dat zelfs bereid was om eten te serveren. Het tijdstip en de menukaart konden ons niet overtuigen. Na wat rondjes gewandeld te hebben, besluiten we in de auto te slapen tot het inchecken.

Na onze ervaringen in Frankrijk, waren we op alles voorbereid, wat betreft controles. De controle was in niets te vergelijken. Alleen ons boekingsnummer en het tellen van het aantal passagiers was voldoende. Kort hierna begon het lange wachten. De boot moest nog binnenvaren, schoongemaakt en afgeladen worden. Na pakweg twee uur voor een gesloten hek gestaan te hebben, reden we uiteindelijk de boot op. Wederom stonden we als eerste.

Direct na het boarden trokken we nog net geen sprint naar onze hut. Deze nacht zou, door de reistijd, erg kort worden. Namelijk nog geen 4 uur, terwijl de dag erna juist een flink stuk gereden zou moeten worden.

Na nog geen 3,5 uur slaap werden we bruut gewekt door onze timers, wekkers werken namelijk niet doordat mobiele telefoons ineens een eigen tijdzone lijken te kiezen. Na het bericht van de kapitein konden we vrij snel naar de auto. Doordat wij als eerste aan boord waren, gingen we ook als eerste de boot af. De Ierse douane hield ons vrijwel direct tegen. Het zoeken naar de paspoorten duurde hem te lang, dus werd er maar gevraagd naar onze nationaliteit. Hij geloofde het, waardoor we snel door konden naar onze eerste tussenstop, Lemybrien.

Dover – Pembrokeshire

Om in Ierland te komen, is een tweede boottocht nodig. Dit betekent dat we vanuit het oosten van het Verenigd Koninkrijk naar het westen moeten rijden. De vorige reder had op eigen initiatief ons reisschema in de war gegooid, waardoor we genoodzaakt waren om, letterlijk, in zee te gaan met een ander bedrijf. Voor het doorkruisen van Engeland en Wales hadden we nu dus ruim de tijd.

Dover zelf heeft, op de kliffen na, niet veel te bieden. Daar was ik in 2008 al achtergekomen. We besluiten direct door te rijden om zo tijd te winnen. Niet dat we dat nodig hebben, maar met onaangekondigde wegwerkzaamheden weet je het in Engeland nooit zeker. Even buiten Reading besluiten we toch wat langer te pauzeren dan gepland. Hoewel we hadden verwacht dat we al lang hadden moeten tanken, bleek dit niet het geval. Onze auto gedroeg zich, met alle bagage, toch zuiniger dan verwacht.

We besluiten de gok te wagen en gaan na onze pauze door naar de haven van Pembroke. De drukte op de weg valt enorm mee, ondanks wegwerkzaamheden en spontane files. De enige vertragende factor was de spookrijder, waarvoor we door de digitale borden langs de weg gewaarschuwd werden. Uiteindelijk bleek het om een, via de vluchtstrook tegen het verkeer in rijdende, pizzakoerier op een scooter te zijn.

Na een aantal uren, komen we aan in Pembroke. Van al het moois is, gezien het tijdstip, weinig meer te zien. Hierdoor hebben we tijd over. Tijd die we nuttig kunnen gebruiken door nog snel naar het toilet te gaan, te tanken en boodschappen te doen. Het toiletbezoek vindt uiteindelijk plaats op de meest smerige toiletten van Wales, of misschien wel het gehele Verenigd Koninkrijk. Het tanken bleek onmogelijk te zijn, hoewel mijn pinpas in heel Europa geaccepteerd wordt loopt het tankstation toch op de Brexitonderhandelingen vooruit.

Op hetzelfde terrein bevindt zich ook een Tesco. Een enorm complex, dat tot middernacht open blijkt te zijn. Een uitkomst, aangezien we ons proviand aan moeten vullen. Een goed ontbijt op de boot zit er, door de onmogelijke tijden, niet in. De supermarkt biedt in zo’n geval uitkomst. Ondanks het tijdstip blijkt het onverwacht druk te zijn. De lokale hangjeugd die kort ervoor de McDonald’s was uitgezet, heeft hier een nieuw onderkomen gevonden. Het personeel reageert gelaten, waardoor voor ons duidelijk is dat dit dagelijkse kost voor hen is.

Ons ontbijt valt uiteindelijk tegen, de twee chocoladecroissants, waarvan ik mij nog steeds afvraag of ze al afgebakken waren, eten we voor de zekerheid maar gelijk op. Hopelijk heeft Ierland iets meer te bieden de volgende ochtend.

Duinkerke – Dover

Na het boarden, waarbij we een zeer gunstige plek toegewezen kregen, duurde het niet lang tot de afvaart. In tegenstelling tot de karige terminal, was deze veerboot van alle gemakken voorzien. De altijd met lagere prijzen adverterende winkel was uiteraard al geopend voordat we de haven uit waren. Bij het betalen bleek dat de Britten nogal snel zijn uitgekeken op de vormgeving van hun geld. De kassier vertelde nors dat mijn £5-biljet al een jaar uit de roulatie was.

Als voorbeeld liet hij het nieuwe biljet zien. Het biljet dat bij hitte krimpt tot het formaat van een leuke sleutelhanger, door verkeerde materiaalkeuze. Dat laatste feit was bij mij bekend, waardoor ik er vanuit ging dat men het biljet niet zou invoeren. Verder waarschuwde hij me ook dat mijn £10-biljet later dit jaar uit de roulatie zou gaan en ik mijn £1-munten nog eens goed moest controleren. Na deze waarschuwing hebben we uit voorzorg gelijk alle biljetten gewisseld voor munten. De oude munten hebben we direct uitgegeven.

Een uurtje later was de rust wedergekeerd in het restaurant. Zodoende konden we eindelijk lunchen. De hoeveelheid die de kok opdiende was niet gering, de prijs ook niet. Bij het afrekenen bleek pinnen niet mogelijk, door een storing in de pin-apparatuur die op de één of andere manier verbonden was met Denemarken. De caissière beleefde een klein stressmoment, maar de pinautomaat om de hoek bood uitkomst. Eén zekerheid, de biljetten die hieruit kwamen, zouden sowieso nog even geldig zijn.

Kort na de lunch doemden de witte kliffen van Dover op. Een mooi moment om van het uitzicht te genieten. De open zee is maar saai om daar uren naar te staren. Dit mooie natuurverschijnsel was voor velen ook het teken om zich naar de auto’s te begeven. Verder dan de deur kwamen ze niet, deze zaten nog op slot. Na wat lastige manoeuvres van de kapitein werden de autodekken vrijgegeven en konden we niet veel later van boord. Behalve de geringde postduif, die als verstekeling onder een bankje verscholen zat…

Utrecht – Duinkerke

Het is vroeg als we in de ochtendspits meerijden naar de grens. De meeste files staan gelukkig in de andere richting. Doordat we op tijd zijn vertrokken hebben we ruim de tijd om bij de haven van Duinkerke te geraken. Na een autorit van bijna drie uur arriveren we daar uiteindelijk. De talloze nummers die zijn meegegeven aan de diverse aanmeerplaatsen blijken nogal onlogisch aangegeven te zijn. Dit is blijkbaar ook bij de reder bekend, die voor het gemak maar de coördinaten heeft gegeven voor een goede routebeschrijving. Het blijken gelukkig de juiste coördinaten te zijn waardoor we redelijk bijtijds aankomen.

Wat volgt is een driedubbele controle. De eerste controle is van de reder, en stelt niet heel veel voor. De tweede controle, door de Franse douane, is imponerender. Drie zwaar bewapende douaniers gebaren ons te stoppen. Aangezien we met een wat groter voertuig dan gemiddeld reizen, was dit te verwachten. De man sommeert ons de “bus te openen”. Na het openen van de laadruimte blijft het even stil. Even vrees ik dat we onze bagage stuk voor stuk uit moeten pakken, gezien de hoeveelheid geen goed plan. De douanier denkt er hetzelfde over; we mogen doorrijden.

Ruim 200 meter verder volgt hetzelfde tafereel, nu bij de Britse douane, die blijkbaar weinig vertrouwen heeft in zijn Franse collega’s. Weer blijft het even stil als we de laadruimte openen. Ook zij hadden door dat het fysiek onmogelijk is om je als verstekeling in deze ruimte op te houden. We mogen door naar de terminal.

De troosteloos ogende terminal biedt weinig vertier. Wat speeltoestellen voor kinderen, en een dubbele automatenwand hebben de bediening overgenomen. Het schoonmaakpersoneel sluit toiletten en delen van de wachtruimten af om tijd te besparen. Gelukkig duurt het niet lang tot het boarden.

Utrecht – Ierland 2

Het reisschema voor de zomer is nagenoeg bijna compleet. De boottochten, drie in totaal, zijn allemaal geboekt, en de meeste tussenstops zijn ook al bepaald.

Helaas besloot Stenaline roet in het eten te gooien door de tweede overtocht, van Wales naar Ierland, flink te vervroegen. Zonder vooraankondiging of opgaaf van reden verscheen plots een mail met daarin de nieuwe vertrektijden. Even leek het erop alsof iemand een misselijke grap had uitgehaald, maar na een telefoontje bleek dat dit toch echt de bedoeling was.

De reden hiervoor, kon men niet vertellen. Eveneens kon men niet vertellen waarom dit niet was aangekondigd. Zelf wisten ze het ook pas sinds die middag. Op een verdere uitleg hoefde ik niet te rekenen, want, zo wist de telefoniste te vertellen; “zij wist het ook allemaal niet”.

Onze terugreis is tot op heden ongewijzigd, maar een garantie dat we van die tijden uit zouden kunnen gaan, kregen we evenmin. Reden genoeg om even verder te kijken of er nog meer aanbieders zijn tussen Wales en Ierland.

Gelukkig biedt Irish Ferries ook overtochten aan. De tijden zijn ongeveer hetzelfde als de oude tijden van Stenaline, alleen de haven ligt op een andere locatie, namelijk Pembroke. In dit geval is dat zeer gunstig, een kort bezoek aan Pembroke stond namelijk ook gepland in het eerste reisschema. Door deze routewijziging zouden we in theorie met 30 km/h via de snelweg kunnen gaan rijden, en zelfs dan nog onze aansluiting halen.