Cork 1

Na ons eilandavontuur is het tijd voor iets minder intensief, een bezoek aan een dierentuin. Hoewel de dierentuin in Cork ligt, ruim 2 uur rijden van huis, wagen we toch de gok. De auto lijkt het eiland goed doorstaan te hebben, dus arriveren we even voor het middaguur bij Fota Cork, de dierentuin. In tegenstelling tot Coolwood trekt dit dierenpark veel meer bezoekers, zelfs de grasvelden in de omgeving worden ingezet als parkeerterrein.

Via een graslandschap komen we bij de ingang, waar een tamelijk lange rij staat. Ondertussen breekt ook de zon door, en wordt het zelfs buitengewoon warm. In de dierentuin wemelt het van de kinderen, ook hier is het zomervakantie en de dierentuin biedt zelfs rondleidingen aan. Doordat het park vrij uitgestrekt is, zien we de groepen niet snel terug. Wel zien we de investeringen die de afgelopen jaren zijn gedaan. Veel verblijven zijn opgeknapt en er zijn zelfs dieren bijgekomen. Helaas lopen er ook steeds minder dieren los, zo zien we de maki’s en papegaaien niet meer in het wild.

Een ander bijzonder punt is de roekenkolonie, die overigens niet tot de levende collectie behoort. Werkelijk overal zijn roeken te vinden; zowel binnen als buiten de verblijven. Een geweldige toevoeging, aangezien, op wat watervogels na, weinig vogels te zien zijn.

De lange wandeltocht door Fota eindigt bij de entree. De wandelroute is zo uitgezet dat je, wanneer je de aanbevolen route volgt, altijd een rondje loopt. Aan het einde, of het begin, is ook de bistro te vinden. Tot mijn grote verbazing is deze volledig overgestapt op gezonde frisdranken. Er is alleen nog bronwater, al dan niet met een flauw chemisch smaakje te vinden. Gelukkig zit de souvenirshop in hetzelfde gebouw en verkoopt men daar nog wel de traditionele frisdranken.

De dag eindigt bij het Wilton Shopping Centre, aan de rand van de stad. In dit gebouw zit de Penneys, in Nederland beter bekend als Primark. Hier verblijven we dusdanig lang, dat de meeste andere winkels in het winkelcentrum al aan het sluiten zijn. Gelukkig is de Tesco 24 uur per dag open, waardoor we nog wat kunnen inslaan voor de lange terugreis naar huis.

Bere Island

Castletownbere, of in Gaelic “Baile Chaisleáin Bhéarra” is het grootste dorp in de buurt. Het heeft een redelijk uitgebreide supermarkt, een dokterspost en een politiebureau. Verder zitten er enkele restaurants en is er een wekelijkse markt. Om die redenen komen we er nogal vaak. In de haven van Castletown vertrekt elke dag meerdere malen een pont naar een, voor ons mysterieus eiland. Het is te zien vanaf de kade, maar wekte nooit onze aandacht. Maar onze nieuwsgierigheid was wel gewekt.

Het is bijna middag als we bij de veerpont arriveren. We informeren naar de prijs voor de overtocht van een auto, en besluiten de uiteindelijk de gok te wagen. Ons enige referentiepunt qua wegen is streetview van Google Maps. Gelukkig blijkt onze auto ook op de pont te passen, en manoeuvreren we hem op de boot. Begeleid door een Vlaming die al heel wat jaren in het dorp blijkt te wonen, komen we niet veel later aan op Bere Island. Met de zojuist gekregen plattegrond van het eiland verlaten we vol goede moed de boot.

De wegen blijken smaller te zijn dan op het vasteland, ook blijkt de plattegrond op sommige punten niet helemaal te kloppen. Met behulp van GPS en zelfs een kompas vinden we de weg op het eiland. Echter is het verschil tussen autowegen en wandelpaden, en de overgangen daarvan, zeer slecht tot helemaal niet aangegeven. Hierdoor zien we een flink stuk van het eiland ook achteruitrijdend.

Diverse bezienswaardigheden zijn op de kaart aangegeven. Zo treffen we een klein kerkje, enkele ruïnes en een verlaten legerbasis van het Ierse leger, die overigens nog steeds stiekem bewaakt wordt. Dit blijkt wel tijdens het fotograferen. Via diverse bijzondere plekken komen we uit in het grootste dorp van het eiland, Rerrin. Het postkantoor, dat tevens dienst doet als bank, supermarkt en restaurant, is onze pauzeplek.

Zowel de bediening als de keukenhulpen zijn onder de 16 jaar. Hetzelfde geldt ook voor het meisje achter de toonbank in de winkel, waardoor ik het idee krijg dat het gehele bedrijf gerund wordt door kinderen. De hamburger blijkt ook kinderlijk eenvoudig gemaakt te zijn, dus mijn vermoeden lijkt te kloppen.

Na onze pauze rijden we door naar het meest oostelijke puntje van het eiland. Een bijzonder uitzicht over een deel van het eiland, maar ook de kustlijn van Castletown is onze beloning. Op dit gedeelte van het eiland staan nog diverse kanonnen die in oorlogen dienst hebben gedaan Helaas is de staat van de gebouwen in de omgeving zo slecht, dat ons de toegang door een dubbel hekwerk en een groot bord wordt ontzegd.

Via een andere route, komen we uiteindelijk weer terug bij de haven, om de pont terug te nemen naar Castletown. Ditmaal zonder begeleiding, rijden we de auto de boot, die aanzienlijk kleiner is dan die op de heenreis, op. Ook de vaartocht duurt iets langer dan normaal. Na een vaartochtje komen we veilig aan in de haven om huiswaarts te keren.

 

Killarney

Ergens verscholen in de bossen, tegen Killarney National Park aan, ligt Coolwood; een kruising tussen een dierentuin en een kinderboerderij. Na een tocht van anderhalf uur door onder andere een natuurgebied komen we aan bij Coolwood.

De meeste dieren lopen hier los, maar zijn niet van dusdanig kaliber dat ze gevaarlijk zijn. De uilen en roofvogels zitten, helaas, veilig achter slot en grendel. De kippen, ganzen, pauwen, konijnen en zwanen lopen voor de rest los door het park. Het park trekt, gezien de vrijwel lege parkeerplaats, niet heel veel bezoekers. Ook in het park zien we meer dieren dan bezoekers. Zelfs de uil en papegaai reageren actief op onze aanwezigheid.

Omdat Killarney niet om de hoek ligt, rijden we na het bezoek aan het “wildlife”-park door naar het Killarney Outlet Centre. Dat ligt immers op de route naar huis, en we hebben nog wat tijd over. In het winkelcentrum is ten opzichte van vorig jaar niet heel veel veranderd. De meeste winkels die een jaar eerder leeg stonden, staan nu nog steeds leeg. Gelukkig is de winkel met in Nederland uit het assortiment zijnde producten er nog. Vorig jaar troffen we hier nog oude PTT Post-jassen aan. In tegenstelling tot wat de naam outletcentrum doet vermoeden, wordt niet alles tegen outletprijzen verkocht. Zo zijn alle flesjes drinken stukken goedkoper bij de servicewinkel van het Ierse openbaarvervoerbedrijf dat grenst aan het de outlet.

Via een tankstation, rijden we met behulp van de navigatie van Google Maps terug naar huis. Vergeleken met de heenreis komen we nu op plekken waar we het bestaan niet vanaf wisten. Bruggen die een fractie breder zijn dan onze auto, smalle wegen met een grasstrook die de onderkant van de auto net niet raakt en bochtige wegen met een onwerkelijke maximumsnelheid van 100 km/h. Al is dat laatste geen uitzondering in Ierland. Wonderwel is de route van Google theoretisch sneller, in de praktijk moet je geen auto’s met caravan voor je hebben.

Glengarriff – Bonane

Na een aantal malen langs het reclamebord van Glengarriff Bamboo Park gereden te zijn, is mijn nieuwsgierigheid gewekt. Zou Ierland daadwerkelijk een park geheel aan bamboe gewijd hebben? Het antwoord is ja. Een heel park is inderdaad volgeplant met de meest uiteenlopende soorten bamboe. Om het geheel op te fleuren zijn ook nog andere bloemen geplant, bamboe is immers niet zo heel kleurrijk. Een ander hoogtepunt van het park zijn de uitkijkpunten en de mooie met mos begroeide paden.

Op slechts twintig minuten rijden ligt de winkelstraat van Glengarriff, welke we na ons bamboe-avontuur dan ook bezoeken. De winkelstraat bestaat voornamelijk uit souvenirwinkels, barretjes, hotels en supermarkten. Onderweg komen we ook nog de bareigenaar tegen die we vorig jaar ook troffen. Destijds lokte hij ons zijn eetgelegenheid in met de mooie prijzen op het reclamebord. Helaas bleek bij het afrekenen dat elke prijs met €5 verhoogd diende te worden. Deze oplichter laten we links liggen, en halen onze lunch bij de supermarkt ernaast.

Onze volgende stop is Kenmare, waar we bij restaurant Davitt’s gaan eten. Omdat we pas ‘s avonds daar terecht kunnen, rijden we de toeristische route via Bonane naar Kenmare. De weg erheen is kronkelig en voert ons langs mooie uitkijkpunten. Onderweg komen we ook nog drie in rotsen uitgehakte tunnels tegen, die de weg erheen wellicht mooier maken dan de bestemming. Halverwege pauzeren we bij een souvenirwinkel waar de souvenirs bijna aan elkaar geplakt zijn door de spinnenwebben. Het uitzicht aan de overzijde van de weg is gelukkig spinvrij, maar zeker niet schaapvrij.

Aan het einde van de rit komen we aan in Kenmare, waar geheel onverwacht nog een markt gehouden wordt. Echter zijn we hier deze dag met een ander doel, en schuiven aan in Davitt’s. We hebben geluk, volgens de eigenaar, want de rest is al gereserveerd. Nog voordat ons hoofdgerecht wordt opgediend, blijkt dat de rest van het restaurant gevuld zal worden door het gezelschap dat een vrijgezellenfeest gaat vieren.

De terugweg leidt ons in de avonduren door de bergen. Met de ondergaande zon en de bijkomende schemering levert dit mooie plaatjes op. We laten de maximumsnelheid achter ons, en kiezen ervoor om hier en daar wat foto’s te maken. Gelukkig heeft het gezelschap in de auto achter ons hetzelfde idee, waardoor we elkaar alleen in de weg zitten op de uitkijkpunten.

Bantry 2

Gisteren heeft de airconditioning van de auto zijn laatste adem uitgeblazen. Recht in ons gezicht, met de nodige rotzooi die meekwam. Rijden zonder airco is, in de zomer geen pretje, dus zoeken we een garage op. De eerste garage die we tegenkomen is gelukkig open. We leggen ons probleem voor, en worden nog net niet uitgelachen. Airconditioning zullen we hier niet nodig hebben, is de conclusie van de garagehouder. Wel kijkt hij nog even wat het probleem zou kunnen zijn, en verwijst ons uiteindelijk door naar een garage die ons wel verder zou kunnen helpen.

De middag spenderen we in Bantry, het is namelijk vrijdag, dus marktdag. Vorige week viel die dag letterlijk in het water door het slechte weer. Vandaag was eigenlijk niet anders, maar het aantal kraampjes was wel verdubbeld. Niet veel later houdt ook de regen op, maar de zon laat zich niet zien. Ook vandaag is het niet gelukt om Bantry in de zon te zien.

Echter maken de nieuwe kraampjes wel veel goed, deze hebben namelijk interessantere koopwaar. Zo worden hier onder andere spinners in allerlei vormen en maten, elektrische bellenblaasmachines en niet van echt te onderscheiden wapens verkocht. Het zorgwekkendst is nog dat de meeste kinderen zich met deze wapens lijken te vermaken.

Na een warme lunch gehaald te hebben bij een eettentje op de markt en de lokale supermarkt, rijden we rustig terug naar huis. Halverwege komen we in een konvooi terecht. Op een dergelijk weggedeelte is dan één rijbaan beschikbaar, aan de andere kant wordt gewerkt. Aan beide zijden staan verkeersregelaars die het verkeer om beurten door laten. Hiervoor hebben zij zelfs speciale borden met daarop de tekst “GO” en “STOP”. Om het verkeer niet te hard langs de wegwerkers te laten rijden, gaat een dienstauto voorop. Een zeer veilige, maar tijdrovende methode.

Castletown – Dooneen

Na een gebroken nacht, door een iets te nieuwsgierige zwerfkat rondom het huis, rijden we donderdagochtend naar Castletown. Hier wordt elke donderdag een markt georganiseerd op het centrale plein waar ook een aantal keer per week een bus stopt.

We besluiten dit bezoekje aan de stad te combineren met een tocht langs de winkels. Er is immers genoeg tijd over, aangezien de markt in omvang niet heel veel voorstelt, vergeleken bij Bantry en Kenmare. De lange winkelstraat, met vrolijk gekleurde gevels is de afgelopen jaren wel veranderd qua aanbod. De kleine winkeltjes met snuisterijen zijn bijna allemaal weg. De winkels die het wel overleefd hebben, zijn ook andere services gaan aanbieden. Zo is er de speelgoedwinkel waar je ook je kleding kan laten stomen.

Midden in de winkelstraat houden de gevels ineens op. Een imposante kerk, die hoog boven alle winkels en huizen in Castletown torent is ook hier te vinden. Aan het eind van de straat zijn we aangekomen bij de lokale supermarkt, en houdt ons winkeldagje op. Terug rijden we via de “toeristische route”. Via Dooneen en Allihies rijden we door de bergen terug naar huis, hier en daar stoppend voor de mooie uitzichten, of om de koeien te aaien.

Maar ineens begint onze airco halverwege deze rit condens in ons gezicht te spugen. Ook blaast hij ineens veel minder hard, waardoor de temperatuur hoog oploopt, zelfs in Ierland aan de kust. Een beproefde methode die in de oude blauwe Utrechtse stadsbussen altijd werkte; even alles uitzetten, ook de motor, werkt helaas niet. We besluiten het nog even aan te kijken, en zullen uiteindelijk op zoek moeten gaan naar een garage die ons verder kan helpen.

Kenmare

Het is inmiddels woensdag, en dat betekent dat de wekelijkse markt in Kenmare gehouden wordt. Tal van kraampjes staan op de stoepen, en enkele zelfs op de weg. Dat de bezoekers bij sommige marktkramen levensgevaarlijke toeren moeten uithalen, lijkt niemand iets te kunnen uitmaken. Hoewel dit niet de grootste markt is, die in Kenmare gehouden wordt, is deze wel redelijk divers. Niet alleen worden er verse levensmiddelen verkocht, ook tweedehands spul, kinderspeelgoed en zelfs kippen en eenden zijn er te vinden. Wij besluiten de markt alleen te bezoeken, hoe schattig zo’n kip ook is.

Kenmare is ook redelijk toeristisch. Dat blijkt wel uit de vele talen die er op straat te horen zijn. Maar de talloze souvenirwinkels verraden ook een hoop. Door het grote aantal winkeltjes, die allemaal redelijk hetzelfde aanbod hebben, is het wel makkelijk vergelijken. Elke winkel heeft zo zijn eigen aanbod goedkoopste souvenirs.

De dag wordt afgesloten op het parkeerterrein van de Supervalu en de Lidl, aan de rand van de stad. Tegen het einde van de dag worden de warme broodjes van de Supervalu enigszins goedkoper aangeboden; een mooie gelegenheid om wat warm avondeten bij elkaar te scharrelen.

Travaud

Na het gewaad tussen de ruïnes volgt in de middag een heuse vistocht, op zee. Met de boot achter de auto rijden we naar Travaud Beach, waar we een dag eerder nog van het uitzicht genoten. Met mijn laarzen net niet te ver in het water klauter ik in de boot, die daarna het ruime sop kiest. Na een paar minuten varen ligt de boot eindelijk stil en kunnen de hengels uitgeworpen worden.

De vissen lijken te ruiken dat ik ze liever niet beetpak en van een haakje haal; ik vang namelijk niks. Ook de meeuwen, die ik ondertussen chips voer, kijken beteuterd. Nog een stukje verder op zee waag ik nog een gok, en warempel; een makreel maakt de fout om in mijn haakje te bijten. De enkele meeuw, die zijn geduld al bijna een half uur beproefde, is ineens vergezeld van nog een stuk of zes soortgenoten en één aalscholver. De makreel gaat terug de zee in, maar de meeuw weet hem, nog voordat hij het water raakt, al geheel in te slikken.

Dit tot grote ergernis van de andere meeuwen, die nog tevergeefs de vis uit de keel van hun kameraad proberen te krijgen. Maar ze komen niks tekort. De makrelen die volgen, verdwijnen allemaal in de magen van de meeuwen. Na een uur houden we het voor gezien, en varen we terug naar Travaud Beach. Net op tijd, blijkt, want na het uit het water slepen van de boot begint het te regenen. Regen die nog de hele avond aanhoudt.

 

Dunboy

Via een lokale krant hebben we vernomen dat er rondom de ruïnes van Dunboy Castle elfenhuisjes zijn te vinden. Deze huisjes zijn een traditie in delen van Ierland, ze worden voornamelijk in bosrijke omgevingen geplaatst. De makers van deze huisjes laten geen middel geschuwd om het mooiste huisje te creëren. Vorig jaar hebben we rondom Parknasilla al diverse huisjes bekeken, ditmaal besloten we het wat dichter bij huis te zoeken.

De weg ernaartoe voerde ons door de bergen, waarbij de auto het toch wat moeilijk kreeg bij bepaalde hellingen. Via Allihies en Cahermore komen we uiteindelijk bij de ruïnes van Dunboy Castle aan. Aan het einde van de lange oprit treffen we een huurauto aan. Samen met twee toeristen zijn wij de enigen die, door de weersomstandigheden, door het gras waden om de huisjes te vinden. In de wijde omtrek hebben zijn we ze niet tegengekomen. De plek wordt er niet minder mysterieus om.

Dunboy Castle was ooit in handen van O’Sullivan Bere, een clanleider die middels deze vesting de haven kon beschermen. Daarnaast kon men hiervandaan ook de schepen voor de Ierse kust in de gaten houden en werd er belasting geheven op de handelswaar van de schepen. Buitenlandse vissersboten konden er, tegen betaling uiteraard, aanmeren. In ruil daarvoor genoten ze bescherming.

In 1602 keerde het tij, de toenmalige clanleider, Donal Cam O’Sullivan Bere, keerde zich tegen de bemoeienis van Engeland. De Engelse koningin, Elizabeth I, stuurde als reactie, een 5000-man tellend leger. Na de gevechten die uitbraken werd het kasteel vrijwel geheel vernietigd. Van de 143 Ieren, die aan de kant van O’Sullivan Bere vochten, overleefden slechts 58 mensen het geweld. Voorlopig, want kort na de beëindiging van de ongeregeldheden werden ze op een marktplein in de buurt geëxecuteerd.

Interessanter is het verhaal van het naastgelegen landhuis, genaamd Puxley Mansion. Een gigantisch gebouw, daterend uit de 19e eeuw. In de jaren ’20 werd het door de IRA in brand gestoken als vergelding voor het afbreken van huizen waar IRA-leden met hun wapens zich verscholen hielden. De Engelsen waren hier verantwoordelijk voor. Het landhuis heeft daarna jaren lang leeggestaan, waarna de eigenaar in 1999 besloot het te verkopen. Niet lang daarna werd het verkocht aan vier investeerders die er het eerste zes-sterren hotel van Ierland van wilden maken. Echter kostte de restauratie meer dan verwacht, en kwam het project stil te liggen. Tegenwoordig is het landhuis alleen vanachter een dubbel hek met de nodige waarschuwingsborden te bewonderen.

Sandmount – Travaud

Na drie dagen feest, is de daaropvolgende dag iets rustiger, maar niet minder zonnig, sterker nog; het is vrij heet. In Eyeries zijn de festiviteiten inmiddels afgelopen, dus besluiten we deze dag om garnalen te vissen. Zowel de getijden als het weer zitten mee. Even na het middaguur vertrekken we naar Sandmount. Met dank aan het GPS-systeem voor de naam.

In een inham in de zee wordt volop gevist door de lokale bevolking. Een tijdrovende klus, getuige de vrouw die gedurende ons garnalenavontuur doodstil naar het water zat te turen. Bij ons gaat het voorspoediger. We vangen niet alleen garnalen, maar ook krabben in alle soorten en maten, wat vissen en zelfs een waterspin, die niet onder doet voor zijn soortgenoten op het land.

De garnalen gaan uiteindelijk mee, de vissen en krabben keren weer, met wat hulp, zeewaarts. Ook de schelpen die we tegenkomen besluiten we mee te nemen. We komen zelfs een replica van het Shell-logo tegen. Even overweeg ik de olie-industrie in te gaan, dat begon immers ook met een schelp, maar bij nader inzien lijkt me dat vrij kansloos.De rest van de middag wordt besteed aan het koken en pellen van de garnalen; om deze op een later moment op te eten.

‘s Avonds volgt een ritje naar Travaud Beach, dat op nog geen tien minuten rijden van onze locatie ligt. Een smalle weg, die aan weerszijden nog geen 10 centimeter breder is dan onze auto voert ons naar de kade. Vanaf hier is de opkomende mist te zien, net als de zonsondergang. Maar juist door de opkomende mist, is die wat minder goed te zien. Voordat we terugrijden, moeten we even wachten op de koeien, die bezit hebben genomen van de slingerweg naar huis. Hoewel dit niet lang duurt, rijden we toch via een andere route terug, voor de omgeving hoeven we het niet te laten.