Institut Joseph Lemaire

Deze maand, november, is het 16 jaar geleden dat ik Institut Joseph Lemaire bezocht. Een sanatorium in België, op de grens van Vlaanderen met Wallonië. Niet als patiënt, maar als bezoeker. In 2005 stond het gebouw immers al 18 jaar leeg.

Het sanatorium, dat in 1937 werd gebouwd naar een ontwerp van architecten Fernand en Maxime Brunfaut in opdracht van de socialistische verzekeringsmaatschappij La Prévoyance Sociale. De architecten brachten alle voorzieningen samen onder één dak, waardoor het gebouw een imposante vorm aannam. In de grootste vleugels was ruimte voor de patiënten, in de kleinste vleugel werden de diensten gesitueerd. De entree, die ruim was opgezet en mooi was afgewerkt met marmer, was de verbinding tussen de vleugels.

Wat nog meer in het oog sprong, waren de raampartijen. Om zoveel mogelijk frisse lucht naar binnen te laten, konden veel ramen open. Naar verluidt waren de ramen slechts drie uur per dag gesloten. Bij goed weer konden patiënten plaatsnemen op de terrassen buiten. Immers dacht men dat frisse en schone lucht een goede remedie was tegen tbc. Dat is ook de reden dat La Prévoyance Sociale ervoor koos om het sanatorium in de Lanevallei te bouwen.

Met de komst van steeds betere medicatie nam ook de noodzaak van sanatoria af. De tijd dat patiënten er doorbrachten werd steeds korter. In 1968 kreeg het sanatorium een nieuwe bestemming, namelijk dat van revalidatiecentrum. Die functie behield het tot 1987 waarna het gesloten werd. Herbruikbare spullen werden in andere ziekenhuizen gebruikt, patiëntendossiers, laboratoriumchemicaliën en röntgenfoto’s bleven achter.

Sindsdien hebben diverse partijen tevergeefs geprobeerd het sanatorium van de ondergang te redden. In 1992 werd het gebouw bestempeld als monument. Dat weerhield de lokale brandweer er niet van om een jaar later een oefening te houden, die door fouten flinke schade heeft aangericht. Herpain Enterprises, een Belgische bouwonderneming, probeerde er een Amerikaans bedrijf, General Motors, in te huisvesten. Het bedrijf haakte af. Jaren later was men van plan om er tijdelijk asielzoekers te laten verblijven. Felle protesten in het dorp Tombeek zorgden ervoor dat dit plan niet doorging.

Nadien kwam een Nederlandse projectontwikkelaar om de hoek kijken. Zij wilden er luxe appartementen in huisvesten. Maar naar mate de tijd vorderde, werd renovatie steeds duurder. Het gebouw voldeed niet aan de strenge eisen die tegenwoordig de norm zijn, bijvoorbeeld als het gaat om brandveiligheid. Ook de isolatie zou een probleem worden. De raampartijen, die het sanatorium kenmerkten, zouden allemaal vervangen moeten worden door dubbelglas. Vorst zorgde ervoor dat de siertegels aan de gevel losraakten of barstten. Bij een latere inspectie bleek zelfs een deel van het gebouw uit het lood te staan. Experts vermoedden destijds dat het te wijten was aan de snelheid waarmee het sanatorium is gebouwd.

In deze jaren trok het gebouw ook de aandacht van architectuurliefhebbers uit België en Nederland. Er werd een actiegroep opgericht, genaamd Red het Sanatorium. In 2006 figureerde het sanatorium in het programma Monumentenstrijd, uitgezonden door Canvas. De deelname was symbolisch, omdat de eigenaar geen toestemming verleende voor het renovatieproject, maakte het gebouw geen kans om 1 miljoen euro te winnen.

In 2008 kwam een nieuwe investeerder om de hoek kijken; Tombeekheyde NV. Het bedrijf was van plan om het gebouw te renoveren en er vervolgens een rusthuis in onder te brengen. Hoe voortvarend men ook startte, het werk vlotte niet. In 2011 kwam er vanuit de Vlaamse overheid nog een bedrag van 1,6 miljoen euro vrij. Ter vergelijking, dit is slechts een tiende van de kosten die gemaakt zijn bij de investering.

Jaren later, in 2017, werd het gebouw eindelijk opgeleverd. Bij de renovatie heeft men steeds de afweging moeten maken tussen iets in de oude staat terugbrengen of het toekomstbestendig maken. Zo zijn de glanzende tegels die de gevels sierden vervangen door een tegelsoort die het wat langer vol zal houden en is er dubbelglas aangebracht.

De letters die het dak sierden met de naam van de verzekeringsmaatschappij zijn logischerwijs niet teruggekeerd. De mozaïek van het logo in de centrale hal schijnt wel gerestaureerd te zijn. Dat is nog het enige dat men eraan herinnert dat het gebouw ooit in opdracht van La Prévoyance Sociale is gebouwd. Tegenwoordig doet het sanatorium dienst als woonzorgcentrum, waar mensen lang, kort of zelfs permanent kunnen verblijven.

Wegens omstandigheden is een bezoek aan het volledig gerenoveerde gebouw nog niet mogelijk geweest.

Prikbeleid

De boosterprik lijkt in Nederland, na lang twijfelen, redelijk op gang te komen. Immers is de eerste groep gevaccineerden toe aan een zogenaamde booster. Enerzijds omdat de meesten geprikt zijn met het minder werkzame AstraZeneca, anderzijds omdat het gaat om de meest kwetsbare groepen uit de samenleving, namelijk de ouderen en mensen met een medische indicatie.

Inmiddels worden de eerste jaartallen bekendgemaakt die zich mogen melden, maar de grote groep die in maart 2021 al een prik kon halen, kreeg niks te horen. Althans, een deel van deze groep. Want met het huidige beleid ontstaat er een groep mensen met een medische indicatie die begin 2020 met AstraZeneca is gevaccineerd met een leeftijd tussen de 18 en 60. Zij zijn al extra kwetsbaar en door de iets mindere werking van dit merk vaccin ook toe aan een booster, maar moeten nu wel wachten tot hun geboortejaar aan de beurt is. Een groot deel van deze mensen houdt zich aan de maatregelen, maar heeft wel schoolgaande kinderen waardoor het lastig is om het virus buiten de deur te houden.

De GGD, die verantwoordelijk is voor de uitvoering, blijkt geen zicht te hebben op deze groep mensen. Het selecte deel kwetsbaren dat inmiddels wel een uitnodiging heeft gehad, kreeg deze vanuit het ministerie van Volksgezondheid en/of het ziekenhuis. De groep die via de huisarts is geprikt, blijft onder de radar want hun prikgegevens zijn enkel bij het RIVM bekend.

Dat de GGD geen zicht heeft op deze gegevens, blijkt uit het feit dat zij geen partij zeggen te zijn als via de huisarts gevaccineerde mensen hun geregistreerde gegevens willen bijwerken. Bijvoorbeeld als het RIVM foutieve gegevens in de registratie toont en mensen geen QR-code kunnen genereren. Ook stuurde de GGD uitnodigingen naar mensen die allang via de huisarts waren gevaccineerd. Ik leg de GGD voor of ze deze mensen kunnen weigeren als ze een afspraak maken om zogenaamd hun eerste prik te halen, terwijl het feitelijk hun derde is. Men kon niet anders dan toegeven dat ze dat niet kunnen, de gegevens van het RIVM zijn niet in te zien en ze gaan ervan uit dat mensen dit niet zullen doen. Hoewel de GGD begrip heeft voor de vraag, word ik doorverwezen naar het RIVM.

Dezelfde situatie leg ik dan ook voor aan het RIVM, waarbij we iets dieper ingaan op de huidige besmettingscijfers en werking van bepaalde vaccins. Er is begrip voor de situatie, maar de bal ligt volgens hen bij de Rijksoverheid, zij zijn slechts een wetenschappelijk adviesorgaan.

Na een paar minuten in de wacht gestaan te hebben bij de corona-informatielijn leg ik de situatie voor de derde keer uit. Niets anders dan begrip, maar een antwoord? Dat komt er niet, ik moet het proberen bij het ministerie zelf. En ook daar lijkt het erop alsof niemand over deze groep had nagedacht. Er komt ook geen goede verklaring waarom men ineens afwijkt van het beleid van begin dit jaar. Het excuus is dat zoiets lastig te organiseren is. Maar wanneer je de RIVM-gegevens uitleest, kan je eenvoudig op volgorde uitnodigingen versturen.

Wel leer ik dat er een verschil zit tussen de booster en de derde prik. Hoewel de GGD aanvankelijk nog meldde dat deze termen hetzelfde betekenden, blijkt er daadwerkelijk een verschil te zijn. De derde prik is, zoals de naam al zegt, een derde vaccinatie. De booster schijnt verschillend te zijn. Dit zal waarschijnlijk met de dosis te maken hebben, maar bijzonder is het wel.

Hoe het nu verder moet met de mensen die de komende maanden net iets minder bescherming hebben terwijl ze juist net iets meer bescherming nodig hebben? Niemand lijkt het te weten. Ondertussen lopen deze mensen onnodig risico en wijzen de verantwoordelijke organisaties naar elkaar. Je zou hen bijna adviseren die nutteloze uitnodiging uit de papierbak te vissen.

Elektrisch steppen

Naast de vele fietsverhuurders, zijn nu ook de elektrische steppen in opkomst. Inmiddels zijn er twee aanbieders actief in Tallinn. De eerste elektrische stepjes werden in 2019 door Bolt geïntroduceerd. Na de winter, begin 2020, verschenen meer aanbieders. Enkel Tuul overleefde de concurrentiestrijd.

Om de stad nog enigszins netjes te houden, heeft Tallinn speciale parkeerplaatsen aangelegd voor deze populaire stepjes. In principe zijn dit de plekken waar de verhuurder de voertuigen neerzet, maar gebruikers worden ook aangemoedigd deze parkeerplekken te benutten.

Om de veiligheid in de stad te waarborgen, worden gebruikers van de step verzocht een foto van hun gestalde vervoermiddel te verzenden naar de aanbieder. Op die manier weet men zeker dat de step in goede conditie is achtergelaten, maar ook dat deze niet hinderlijk is gestald.

De step is een populair vervoermiddel in Estland. De reden hiervoor is dat kinderen al jong met de step in aanraking komen. Kinderen jonger dan 8 jaar mogen namelijk niet op de weg fietsen. Kinderen tussen de 8 en 16 mogen enkel onder begeleiding van een volwassene op de openbare weg fietsen. Veel kinderen kiezen voor de step, hier zitten geen restricties aan.

De Ö-Õ-grens

Het Estse alfabet is uitgebreider dan het Nederlandse. Waar wij gebruik maken van de standaardset letters, hebben de Esten het aangevuld met onder andere de Ä, Ü, Š en Ž. Maar ook de Ö en Õ maken onderdeel uit van het alfabet. Met name de laatste letter is een bijzondere, die naast het Ests enkel nog in het Portugees voorkomt.

De Õ geeft een ontronde O-klank weer, aldus wikipedia. Deze klinker komt voor als korte en lange klank, men schrijft dan simpelweg ÕÕ. Echter wordt deze letter niet in heel Estland gebruikt. Op een deel van het eiland Saaremaa wordt een dialect van het Ests gesproken waarin de Õ-klank is vervangen door de Ö-klank.

Dit is zelfs geografisch af te bakenen. Op de grens tussen deze twee taalgebieden, die loopt van Orissaare in het noorden tot Kõiguste in het zuiden, is een groot kunstwerk geplaatst in de vorm van een “O”, met daarboven op twee puntjes en een tilde, zodat de letter zowel de Ö als de Õ voorstelt. Ten westen van dit beeld gebruikt men de Ö, ten oosten, in de rest van Estland, de Õ (en uiteraard ook de Ö in de woorden waarin deze voorkomt).

Een duurzaam busstation

Ten zuidoosten van de oude binnenstad van Tallinn ligt Tallinna Bussijaam, het busstation van Tallinn. Hiervandaan vertrekken voornamelijk streekbussen en bussen van andere commerciële aanbieders, die in sommige gevallen rijden tot Polen.

De eigenaren van dit busstation zijn van plan om het complete station inclusief stationsgebouw te verduurzamen. Dat begint met een nieuwe inrichting van de busperrons. Elke halte zou geschikt moeten zijn om elektrische bussen op te laden. Op dit moment zijn er ruim 7 verschillende aanbieders van buslijnen, waardoor een standaard laadmethode zeer gewenst is.

Ook het stationsgebouw wordt bij de plannen betrokken. Bovenop het bestaande complex moet een parkeergarage gebouwd worden, waar 228 auto’s gestald kunnen worden. Ook zijn nieuwe kantoren voorzien in de toren, die ruim zeven verdiepingen hoog moet worden. De garage kan gebruikt worden door passagiers, medewerkers en omwonenden. Het gebied naast het busstation, dat nu nog een parkeerplaats is, zal omgevormd worden tot een park.

Het doel van deze renovatie is om mee te gaan in de ontwikkelingen van het duurzaam rijden in het openbaar vervoer. Met dit busstation wil Tallinna Bussijaam een visitekaartje afgeven voor een van de groenste stations in Europa. Hoeveel het project gaat kosten, is op dit moment nog niet bekend. Evenmin is bekend wie voor de kosten moet opdraaien. Men gaat er wel van uit dat zowel de stad Tallinn als de Europese Unie een bijdrage zullen leveren. Immers heeft de EU verduurzaming erg hoog op de agenda staan.

 

Compensatie voor Estse vervoerders

Wie in Estland woont en jonger is dan 7 jaar, of invalide is, mag gratis reizen met de bus. Dit is ruim 20 jaar geleden wettelijk vastgelegd. Vervoerbedrijven zijn verplicht deze doelgroepen gratis mee te nemen, maar krijgen daarvoor geen compensatie. Het blijkt een complexe zaak te zijn, die de afgelopen 13 jaar heeft gespeeld en nu is geëindigd bij het Europese Hof.

De zaak is aanhangig gemaakt door Lux Express, een van de vele busbedrijven die verantwoordelijk zijn voor de streeklijnen in Estland. Net als in Nederland wordt het openbaar vervoer aanbesteed; soms op regionaal of lokaal niveau en een enkele keer zelfs op lijnniveau. In al deze programma’s van eisen komt de wettelijke verplichting terug, waardoor er geen ruimte is voor een alternatief voor de doelgroepen die gratis moeten reizen.

Het werkt ook niet mee dat men in Estland twee methodes hanteert voor het berekenen van de vergoeding. Een deel van de contracten wordt uitbetaald op basis van het totaal aantal gereden kilometers. De inkomsten die gegenereerd worden met de kaartverkoop kan men daarbij optellen. De tweede vorm die men in een contract kan vastleggen, is dat de vervoerder is aangewezen op de kaartverkoop; er is dan geen vergoeding per gereden kilometer. Dit geldt echter alleen voor de gebieden waar nog geen gratis openbaar vervoer is ingevoerd.

De busbedrijven zeggen nu inkomsten te verliezen. De Estse overheid had in 2008 al beloofd om een compensatieregeling op te tuigen. Echter is het sindsdien stil. De ergernissen werden groter toen men streeklijnen gratis begon te maken. Dit project is nog lang niet landelijk ingevoerd, waardoor sommige aanbieders nu nog te maken hebben met het verkopen van kaartjes. Het is vooral pijnlijk, volgens de woordvoerder van Lux Express, om te zien dat daar wel genoeg geld voor is, maar een simpele compensatieregeling nog altijd op zich laat wachten.

In 2018 hebben de vervoerders gezamenlijk nog een poging gedaan om een dergelijke regeling op te zetten. Toen werd duidelijk dat de overheid niet inzichtelijk heeft hoeveel mensen nu tot deze specifieke doelgroepen behoren. De jonge kinderen zijn nog makkelijk te vinden in de algemene persoonsgegevens, maar de mindervaliden staan vaak niet als zodanig geregistreerd.

De eerste rechtszaak vond in juli 2019 plaats. De Estse overheid hield toen nog vol dat de wet volkomen legitiem was. Ook nadat nog drie andere vervoerders zich tot de rechter hadden gewend. Echter sprak het Europese Hof de Estse overheid tegen; de wet die in 2000 is ingevoerd, gaat in tegen de Europese regelgeving. Estland zal hoe dan ook de vervoerders moeten compenseren voor de doelgroepen die gratis met de bus moeten reizen.

Of deze uitspraak in de toekomst nog relevant zal zijn, is nog maar de vraag. Estland is nog steeds voornemens om al het streekvervoer gratis aan te bieden, maar is daarbij afhankelijk van contractuele afspraken die zijn gemaakt bij het gunnen van de concessies.

Alar Karis verkozen tot president van Estland

Alar Karis is vanochtend, 31 augustus 2021, verkozen tot president van Estland. Tijdens de tweede stemronde van deze verkiezingen behaalde hij 72 stemmen, vier meer dan het minimum van 68. Karis was de enige kandidaat die voorgedragen was.

De 63-jarige Karis bedankte na afloop eenieder die op hem gestemd had, maar ook degenen die dat niet deden. Hij gaf tevens aan een goede werkrelatie met de Riigikogu na te streven. Hoewel de stemming anoniem was, is op dit moment al duidelijk dat de leden van EKRE niet op Karis hebben gestemd, zij hoopten in een verdere ronde Henn Põlluaas alsnog voor te kunnen dragen.

Deze presidentsverkiezingen verliepen aanzienlijk sneller dan die in 2016. Destijds waren er meerdere rondes nodig om uiteindelijk Kersti Kaljulaid te kiezen als president. Kaljulaid, die er geen geheim van maakte een tweede termijn te ambiëren en mateloos populair is bij de bevolking, heeft zich voor de eerste ronde niet aangemeld als kandidaat. In de Riigikogu zou zij te weinig steun krijgen.

Kaljulaid zal op 11 oktober het ambt overdragen aan Karis.

De verdwenen vaccinaties

Het is eind maart als persoon X de eerste vaccinatie krijgt. Een deugdelijk registratiesysteem is er nog niet, het gele boekje is nog onbekend; enkel een vaccinatieregistratiekaart is het bewijs dat je de prik hebt gehad. In dit geval wordt er door de huisarts gevaccineerd. Aangezien er op een later moment wel een digitale registratie zal gaan plaatsvinden, wordt op de vaccinatielocatie toestemming gevraagd om de data te delen met het RIVM.

Omdat het hier om een vaccinatie met AstraZeneca gaat, volgt de tweede prik vele weken later. In de tussentijd is de website MijnRIVM gelanceerd. Bij een controle blijkt dat eind april de eerste prik nog steeds niet is verwerkt. Een telefoontje naar het RIVM biedt uitkomst, vanaf 1 juni zou alles op orde moeten zijn. Enkele dagen voor het zetten van de tweede vaccinatie blijkt dit daadwerkelijk het geval te zijn.

Medio juni vindt de tweede vaccinatie plaats. Aangezien het bekend is dat dergelijke data niet direct zichtbaar is in het vaccinatieoverzicht op MijnRIVM, controleren we een week later of alles correct is verwerkt. Dan blijkt dat de tweede vaccinatie nog niet in het systeem staat, maar ook dat de eerste is verdwenen. Dit kan een storing zijn, dus proberen we een QR-code te genereren via de Corona Check-app. Maar ook deze app kan de data niet vinden. We proberen de helpdesk van de app te bereiken. De eerste helpdeskmedewerker vindt het een vreemd verhaal en hangt op, in plaats van me in de wacht te zetten.

De tweede helpdeskmedewerker, die we pas te spreken krijgen na ruim 60 keer gebeld te hebben, zegt hier niks aan te kunnen doen, en verwijst ons door naar de GGD. Zelfs na meermaals aangegeven te hebben dat de huisarts verantwoordelijk is voor de vaccinatie én registratie. Na een kort telefoongesprek met de GGD kunnen we enkel concluderen dat de helpdeskmedewerker onjuiste informatie heeft verstrekt en we bij het RIVM moeten zijn; zij beheren immers de data.

Het eerste telefoontje naar het RIVM levert verwarring op; dit hebben ze nog niet eerder gehoord. Het advies is om de huisarts te verzoeken de data nogmaals in te voeren, of op zijn minst de invoer te controleren. Het tweede telefoontje levert geen nieuwe informatie op. Het derde telefoontje, nadat we uitvoerig contact hebben gehad met de huisartsenpraktijk, is surreëel. De medewerker van het RIVM beaamt dat dit niet eerder is gebeurd, maar weigert een oplossing te bedenken. Ze benadrukt dat we te maken heb met een overheidsinstantie, dus niet moet verwachten dat er gewerkt wordt aan individuele oplossingen.

De vierde medewerker die we spreken komt met een heel stappenplan, dat de huisarts moet uitvoeren. Hoewel de fout daar niet ligt, is de huisartsenpraktijk wel de instantie die alles moet herstellen. Tot slot spreken we nog een vijfde medewerker, die aan zelfvertrouwen geen gebrek heeft. Zij zegt “de vraagbaak” van de afdeling te zijn. Ook beweert zij dat het onmogelijk is dat we tijdens eerdere telefoontjes steeds een ander advies heb gekregen en dat het RIVM absoluut niet verantwoordelijk is voor de data die het RIVM beheert.

De dagen verstrijken, en het vaccinatieoverzicht blijft angstvallig leeg, terwijl de reisdatum steeds dichterbij komt. We nemen de gok, en bellen nogmaals het RIVM. De huisartsenpraktijk heeft inmiddels het gehele stappenplan dat men had doorgegeven, uitgevoerd. Zonder resultaat, waar ook de zesde medewerker geen antwoord op kan geven. Van een dergelijk stappenplan is zij echter niet op de hoogte en lijkt het verhaal aanvankelijk ook niet te willen geloven, totdat we het “geheime” mailadres citeren. Geheel tegen alle protocollen in, worden we doorverbonden met de afdeling die dit mailadres beheert.

Ook hier komen we niet verder. De desbetreffende medewerker moeten we meermaals uitleggen wat het probleem is. Alle door het RIVM aangedragen oplossingen, worden niet herkend als zijnde de officiële methode. Er wordt voornamelijk gewezen naar de huisartsenpraktijk, de software en de softwareontwikkelaar. Over de gestuurde mail is bij deze afdeling niks bekend, maar er wordt wel duidelijk verteld dat ze er niks mee zullen doen als ze deze ontvangen. De huisarts moet maar contact opnemen met het RIVM, waarna ze zullen onderzoeken wat er mis is gegaan.

Die tijd is er niet, want voor het wijzigen van data rekent het RIVM minimaal vijf werkdagen. Daarnaast heeft het RIVM sinds ons eerste contact geen enkele deadline en/of termijn gehaald. We nemen wel contact op met de huisartsenpraktijk, maar dan met het verzoek om alle data nogmaals naar het RIVM te sturen, via de nieuwe portal HKVI. Na een spannende 24 uur lukt het om een geldige nationale en internationale QR-code te genereren.

Uit voorzorg testen we de gegenereerde codes uitvoerig. Beide geven een groen vinkje, dat aangeeft dat de code geldig is. Voor de zekerheid downloaden we ook de PDF-versie van de codes. Ter controle bekijken we ook nog de data die bij het RIVM bekend is. Bij persoon X klopt alles, ik ben plots vier keer gevaccineerd. Voor het maken van een QR-code, is dat gelukkig geen probleem; op papier ben ik nu hyper-immuun.

Estse presidentsverkiezingen – deel 5

Het leek een uitgemaakte zaak, de kandidatuur van Alar Karis zou vandaag, 30 augustus, omgezet worden in het presidentschap van Estland. De directeur van het Ests Nationaal Museum was voorgedragen door twee coalitiepartijen en werd gezien als ideale kandidaat.

Voor de voordracht waren 21 stemmen nodig, die gemakkelijk werden behaald. Om vervolgens gekozen te worden door de Riigikogu waren 68 stemmen nodig, Karis ontving er 63. 59 kwamen er van de coalitiepartijen, de resterende 9 zouden van andere partijen moeten komen, maar dat lukte net niet. Enkele leden uit de fractie van de sociaal democratische partij en Isamaa waren niet overtuigd van deze kandidaat. De voltallige fractie van EKRE stemde niet mee, zij steunen nog steeds hun eigen kandidaat Henn Põlluaas, die door gebrek aan steun van andere partijen niet meedeed aan de verkiezing.

Morgen volgt er een nieuwe stemming, die mogelijk hetzelfde resultaat zal opleveren. Om 8:00uur lokale tijd kunnen nieuwe kandidaten zich aanmelden. Rond 10:00uur sluit de inschrijving en zal een nieuwe stemronde plaatsvinden. De twee coalitiepartijen, Keskerakond en Reformierakond, hebben aangegeven achter Alar Karis te blijven staan. Het is nu  Karis om de twijfelende leden van de Riigikogu te overtuigen om alsnog voor hem te kiezen. Echter is hij dat niet van plan, waardoor een derde ronde onvermijdelijk lijkt.

De derde stemronde gaat doorgaans tussen de top 2 van de tweede ronde. Mocht Karis nog steeds de enige kandidaat zijn, dan is hij dat ook in deze derde ronde. Indien hij dan alsnog weigert in gesprek te gaan met kamerleden die niet op hem stemmen, eindigt deze presidentsverkiezing mogelijk weer bij het Kiescollege van Estland. Dan stemmen niet alleen de 101 leden van de Riigikogu mee, maar ook 107 vertegenwoordigers van de politieke partijen uit alle regio’s. In 2016 was zelfs deze constructie weinig succesvol, omdat er destijds geen kandidaat met een grote meerderheid werd gekozen, en dat terwijl er dan niet 66% maar 50% van de stemmen nodig is.

Dat ligt dit jaar anders, aangezien het nu puur om de steun aan Karis lijkt te gaan. Ondertussen is er ook een petitie gestart door inwoners van Estland om Kersti Kaljulaid voor een tweede termijn te beëdigen. Onder de bevolking is zij zeer populair omdat zij zich durft uit te spreken over kwesties die in het land spelen. Deze eigenschap is voor enkele politieke partijen juist de reden om niet voor haar te kiezen; ze zou te kritisch zijn.

Dat zij zich nog niet heeft uitgesproken, kan een tactiek zijn. Pas in de vierde ronde, wanneer het kiescollege mede aan zet is, zou zij zich mogelijk kandideren. De kans is namelijk groot dat zij dan wel 50% van de stemmen weet te behalen, vanwege haar populariteit. Hoewel het scenario van morgen al vast lijkt te staan, blijft het toch een verrassing wie er morgen mogelijk ook een gooi gaat doen naar het presidentschap.

Overvechtse poffertjes

Wie vroeger poffertjes in Utrecht wilde eten, kon terecht bij Victor Consael op het Vredenburg. De vernieuwing van het stationsgebied betekende het einde van deze kraam. Poffertjes eten in Utrecht kon lange tijd enkel op braderieën en kermissen, en op een enkele locatie ver buiten de oude stad. Daar lijkt nu eindelijk verandering in te komen.

De eigenaar van zorgmanege ’t Hoogt in het poldergebied van de Utrechtse wijk Overvecht kocht onlangs een oude poffertjeskraam om die op het terrein van de manege op te bouwen. De oud-eigenaar, die al in de 80 is, is nauw betrokken bij de opbouw van zijn oude horecagelegenheid. Het doel van ’t Hoogt is om er een sociale werkplaats van te maken. Een nobel streven, want bezuinigingen in deze sector zorgde voor veel verdrietige momenten in deze doelgroep.

Alles leek in kannen en kruiken totdat de gemeente Utrecht met een opvallend bericht kwam. De vergunning kon niet worden verleend omdat in de wijk Overvecht de jeugd bovengemiddeld vaak kampt met overgewicht. Een vreemde redenatie, vooral omdat de poffertjeskraam enkel binnen de bestuurlijke grenzen van Overvecht ligt, maar geografisch gezien ver van de bebouwing af ligt.

De manage ligt in het poldergebied, een grote groenstrook ten noorden van de beruchte N230. Die weg, die door bewoners en gemeente als grote barrière wordt gezien, is al jaren, letterlijk en figuurlijk een splijtzwam. Enerzijds omdat de gemeente Utrecht meer mensen wil trekken naar het Noorderpark, anderzijds om dat de bewoners van Overvecht al jaren pleiten voor meer veilige oversteekplaatsen. Het laatste wapenfeit is een loop- en fietsbrug over deze weg, maar andere plannen werden te duur bevonden.

De poffertjeskraam zou daarnaast enkel recreanten trekken die dan al een fiets- of wandeltocht hebben gemaakt. Immers, zoals eerder beschreven, ligt het Noorderpark niet om de hoek. Wat de beslissing van de gemeente Utrecht nog vreemder maakt, is de opening van nieuwe horeca nabij winkelcentrum Overvecht. Onder de appartementencomplexen die op dit moment opgeleverd worden nabij de Seinedreef, is tenminste één nieuwe horecagelegenheid geopend. Dit etablissement ligt midden in het centrum van Overvecht en is klaarblijkelijk geen enkel probleem voor de gemeente.

Ondertussen is men ook een petitie gestart om de gemeente met klem te verzoeken nogmaals naar dit besluit te laten kijken. Op het moment van schrijven, is deze petitie al ruim 1000 keer ondertekend. De petitie is hier te vinden.