Estse presidentsverkiezingen – deel 2

Eind augustus kiest Estland een nieuwe president. Als alles volgens plan verloopt, is na twee stemrondes in de Riigikogu bekend wie deze functie de komende vijf jaar mag bekleden.

Op dit moment zijn er twee kandidaten bekend die sowieso mee zullen doen aan deze verkiezing. Een derde naam is nog onzeker, die moet nog bevestigd worden.

Kandidaten die zich verkiesbaar hebben gesteld:
– Kersti Kaljulaid (onafhankelijk – zittend president)
– Henn Põlluaas (EKRE)
– Tarmo Soomere (KESK & Reformierakond)

Daarnaast zijn er nog kandidaten die zich mogelijk verkiesbaar gaan stellen, onder hen bijvoorbeeld Andrus Ansip, Marina Kaljurand, Ülle Madise en Jüri Ratas. Al heeft Ratas laten weten dit niet te zullen doen. Echter gaan er wel geruchten dat zijn kandidatuur mogelijk het alternatieve plan is, wanneer de gezamenlijke voordracht van Soomere geen doorgang vindt.

In twee opiniepeilingen die in april zijn gehouden, blijkt dat Kaljulaid nog steeds de meest populaire keuze is. De peilingen laten voor de tweede plaats een kleine afwijking zien. Zowel Marina Kaljurand (sociaaldemocraten) als Jüri Ratas eindigen op deze plek. Pas op de derde plek eindigt Tarmo Soomere, de gezamenlijke kandidaat van Keskerakond en Reformierakond.

De uitkomst van deze peiling zwengelt de discussie over de wijze waarop de president gekozen wordt weer aan. Mocht Tarmo Soomere daadwerkelijk gekozen worden, dan blijkt in ieder geval uit twee onderzoeken dat hij niet breed gesteund wordt door de bevolking.

Estse presidentsverkiezingen – deel 1

Estland staat eind augustus een turbulente presidentsverkiezing te wachten. De huidige president, Kersti Kaljulaid, is in 2016 na een flink aantal stemrondes verkozen. Daarbij moet de kanttekening gemaakt worden dat zij niet door elke partij uit de Riigikogu gesteund werd. Mede door de aanvaringen die zij met de rechtse partijen in de Kamer had, verloor zij steun van het parlement om unaniem voorgedragen te worden voor een tweede termijn.

Echter zorgden deze acties juist bij het publiek voor veel sympathie, echter is het kiesstelsel in Estland zo ingericht dat het publiek niet de president mag kiezen. Ondertussen zijn de politieke partijen druk op zoek naar nieuwe kandidaten voor de meest eervolle baan van Estland.

Jaanus Karilaid (Eesti Keskerakond) heeft aangegeven Kaljulaid niet te zullen steunen. Het is echter aan partijleider Jüri Ratas om die keuze te maken. Hij heeft aangegeven om samen met Kaja Kallas (Reformierakond) één kandidaat voor te dragen. In de wandelgangen valt veelvuldig de naam van Tarmo Soomere, op dit moment nog het hoofd van Eesti Teaduste Akadeemia. Soomere is een wiskundige en een oceanograaf met een behoorlijke staat van dienst. In 2002 won hij de Estse Nationale Onderzoekprijs en in 2005 werd hij uitgeroepen tot Persoon van het Jaar door de Estse krant Postimees. In 2007 won hij de Baltische prijs voor literatuur, kunst en wetenschap.

Wanneer Soomere daadwerkelijk voorgedragen gaat worden door beide partijen, heeft hij al steun van 59 Kamerleden. Er zijn er dan nog 9 nodig om hem aan de meerderheid te helpen. Mocht dit plan niet lukken, dan heeft Ratas nog een plan B, waar nog weinig details over bekend zijn gemaakt.

De andere partijen hebben nog niet het achterste van hun tong laten zien. De sociaaldemocraten (Sotsiaaldemokraatlik Erakond) hebben aangegeven Kaljulaid alleen te steunen als een andere partij dat ook doet. De partij is wel kritisch op de werkwijze van de twee coalitiepartijen om gezamenlijk één kandidaat te presenteren, al geeft men ook toe dat eenzelfde situatie als in 2016 onwenselijk is.

De conservatieven (EKRE) trekken hun eigen plan, en zijn niet voornemens de gezamenlijke kandidaat of Kaljulaid te steunen. Zij dragen Henn Põlluaas voor, die weinig steun lijkt te krijgen van de andere partijen.

Vaccineren in Estland loont

Het vaccineren in Estland vordert gestaag, maar gaat volgens de overheid nog net iets te stroef. Op het laatst bekend meetpunt van de Estse overheid, 27 juli 2021, zijn 552.952 inwoners volledig gevaccineerd. En dat hadden er al meer moeten zijn. Reden voor Terviseamet (Ministerie van Volksgezondheid) om te kijken of mensen niet op een andere manier gemotiveerd kunnen worden.

Daarbij schuwt men niet om bedrijven in te schakelen. Dat leidt tot bijzondere acties. Zo is het de komende dagen mogelijk om gevaccineerd te worden op de schepen van Tallink, die varen tussen Tallinn en Helsinki. In ruil daarvoor krijgt men een voucher, om dezelfde reis nogmaals te maken, maar dan op kosten van Tallink en Tallinna Sadama, de haven van Tallinn.

Daarnaast gaat Selver, Estlands grootste nationale supermarktketen, cadeaubonnen uitdelen aan mensen die zich komen laten vaccineren. In totaal zijn 1000 cadeaubonnen te vergeven aan de mensen die zich het eerst melden. 500 bonnen worden verdeeld in de wijk Lasnamäe, 500 in Narva. De vaccinatiedagen vallen samen met grote evenementen die daar gehouden zullen worden. Het is geen onverstandige zet, in beide gebieden is de vaccinatiegraad lager dan in omliggende gebieden.

Alle vaccinaties worden door gecertificeerde personen gezet, zo benadrukken Tallink en Selver.

Groene ambities

De Europese ambitie om op alle vlakken de Europese Unie te verduurzamen heeft ook gevolgen voor het Estse openbaar vervoer. Uiterlijk in 2035 moeten alle op fossiele brandstoffen rijdende voertuigen uit het openbaar vervoer verdwenen zijn. Een grote operatie, die door diverse vervoerbedrijven al in gang was gezet, blijkt uit een rondgang langs deze bedrijven.

Tallinna Linnatransport (TLT) rijdt tegenwoordig alle stadslijnen in Tallinn. Na het faillissement van MRP, dat met oudere voertuigen reed, heeft het overnemen van deze lijnen positief bijgedragen aan de luchtkwaliteit. In 2025 wil het stadsbestuur geen enkele dieselbus meer op de weg hebben. Dat lijkt te gaan lukken, inmiddels heeft TLT  al 200 gasbussen rondrijden en heeft men er nog 100 extra besteld, met de optie om nog eens 50 extra te laten produceren.

Hoewel Tallinn nu volledig inzet op bussen die rijden op biogas, sluit men elektrische bussen zeker niet uit. Men ziet de periode tussen 2022 en 2035 als transitieperiode naar een nog schoner wagenpark, met als doel om in 2035 enkel nog elektrische voertuigen op de weg te hebben. Over de trolleybussen is op dit moment nog niks bekend, enkele jaren geleden werden deze lijnen nog vervangen door reguliere (diesel-)bussen.

Tartu heeft het openbaar vervoer via een aanbesteding uitbesteed. In het programma van eisen is destijds opgenomen dat alle bussen op biogas dienen te rijden. De locoburgemeester, Raimond Tamme, wil nog geen uitspraken doen over de toekomst, enkel dat fossiele brandstoffen zeker geen optie zijn.

Biogas wordt nu nog volop gekozen vanwege de lage prijs en het feit dat het niet als fossiele brandstof wordt gezien. Biogas is niet CO2-neutraal, de productie ervan zorgt al voor uitstoot. Een goede oplossing zou waterstof zijn, maar dat is op dit moment nog te kostbaar om te produceren. Al zijn er wel grootse plannen. Onderzoeker Enn Lust van de Universiteit van Tartu heeft onderzocht wat er nodig is om op grote schaal deze brandstof te produceren.

Zo zou het mogelijk zijn om met behulp van zonne-energie deze brandstof te produceren. Er is dan wel een groot zonnepanelenveld nodig. Energieaanbieder Estiko kan hierin een rol gaan spelen, zij zijn van plan om bij het voormalige vliegveld in Raadi een dergelijk veld aan te leggen. Maar het aanleggen kost geld en investeerders zijn op dit moment schaars. Daarnaast is er op dit moment vrijwel geen vraag naar waterstof als brandstof.

Ook vanuit Tartu is die vraag er niet, althans nog niet. Tamme geeft aan dat de prijs leidend is. Zolang biogas goedkoper blijft zullen de bussen met deze brandstof blijven rijden. Op het moment dat waterstofbussen goedkoper worden, is het voor Tartu interessant om dit bij de volgende aanbesteding te eisen. Immers geldt: “hoe schoner de brandstof, hoe beter”, aldus Tamme.

Estland en de Olympische Spelen

Ruim een jaar na de oorspronkelijke startdatum zijn de Olympische Spelen in Tokio van start gegaan. De Spelen die geplaagd werden met tal van tegenslagen. Het begon in 2016 toen bekend werd dat het officiele logo al in gebruik was bij Théâtre de Liege. Daarnaast werd een stadion niet gebouwd omdat de begroting te optimistisch was; het zou twee keer zo duur worden. Vervolgens gooide corona roet in het eten, werd het evenement een jaar uitgesteld en was plots de bevolking van Japan tegen het door laten gaan van de Spelen in 2021.

Het weerhield Estland er niet van om een delegatie te sturen, bestaande uit 34 sporters en een paard. Aanvankelijk zou de delegatie uit 38 sporters bestaan, maar om uiteenlopende redenen er vier niet mee. Mart Seim ontbreekt vanwege de gevolgen van een coronabesmetting, terwijl Heiki Nabi deze spelen mist door een schorsing van twee jaar na het gebruik van doping. Nabi won in 2012 nog zilver op het onderdeel worstelen. Estland doet mee aan 14 disciplines; atletiek, worstelen, schietsport, roeien, judo, tennis, schermen, zeilen, zwemmen, paardensport, triatlon, badminton, boogschieten en wielrennen.

Op dit moment heeft Estland de eerste medaille al behaald, op het onderdeel schermen. Katrina Lehis mocht de bronzen medaille in ontvangst nemen, nadat zij won van Aizanat Murtazaeva uit Rusland. Met het behalen van deze medaille heeft Estland in totaal op de zomerspelen (sinds 1920) 9 gouden, 9 zilveren en 17 bronzen medailles behaald. Hierbij dient wel rekening gehouden te worden dat van de zomerspelen van 1948 tot en met die van 1988 geen Estse delegatie aanwezig was door de bezetting door de Sovjet-Unie.

Midzomernacht

Het is vandaag 23 juni, de dag dat het publieke leven in Estland gedurende twee dagen tot stilstand komt. 23 en 24 juni zijn namelijk beide feestdagen.

Op 23 juni wordt de slag om Cēsis herdacht. Estland en Letland versloegen bij deze Letse plaats in 1919 de Baltische Landeswehr. Deze slag vond plaats tijdens de oorlog die bekend staat als de Estse Onafhankelijkheidsoorlog (Vabadussõda). Het monument op Vabaduse Väljak herinnert daar nog aan.

Sinds 1934 is Võidupüha een jaarlijks terugkerende feestdag, al was het verboden om deze dag te vieren gedurende de bezetting door de Sovjet-Unie. Pas in 1992 was het toegestaan om Võidupüha te vieren in het openbaar. Dat gebeurde destijds in de tuinen van Kadriorg.

Sinds de herwonnen onafhankelijkheid worden er ook militaire parades georganiseerd. Deze worden telkens in een andere stad gehouden, onder het toeziend oog van de president van Estland. Sinds 2015 doen ook steeds meer NAVO-lidstaten mee aan deze parades. Iets dat inmiddels ook in Rusland is opgevallen en daar door de staatsmedia als provocatie wordt gezien.

Naast het bijwonen van deze parade zal de president van Estland ook een vrijheidsvuur ontsteken. Dit gebeurt in de vroege ochtend van 23 juni. Deze fakkel maakt vervolgens een rondreis door het gehele land om op bepaalde locaties vrijheidsvuren te ontsteken, die vervolgens de gehele nacht blijven branden. Tijdens deze ceremonie, die feitelijk gezien twee dagen duurt, dient de Estse vlag aanwezig te zijn, als officieel staatssymbool. Het is ook de enige nacht waarin de vlag niet gestreken hoeft te worden.

Võidupüha gaat vervolgens naadloos over in Jaaniõhtu. De avond voorafgaand aan Jaanipäev. Jaaniõhtu en Jaanipäev zijn zo belangrijk voor de Esten dat zelfs de Sovjet-Unie amper pogingen heeft gedaan om het vieren hiervan verbieden.  Tijdens deze avond komen families bij elkaar om gezamenlijk het begin van de zomer te vieren. Naast zingen, eten en drinken, zijn er nog tal van tradities die niet mogen ontbreken.

Het vreugdevuur (jaanituli) is het belangrijkste onderdeel van deze nacht. Dit vuur verjaagt onder andere de boze geesten. Daarnaast zou het geluk brengen wanneer je over dit vuur zou springen. Het vuur niet ontsteken zou juist ongeluk brengen. Deze nacht markeert ook de zonnewende, het is een van de kortste nachten van het jaar.

Na deze nacht volgt Jaanipäev, de tweede vrije dag. Ook dan wordt er volop feest gevierd, maar in principe niet meer tot in de vroege uurtjes. 25 juni is dit jaar voor de meesten gewoon weer een werkdag.

Estse presidentsverkiezingen nog dit jaar

De ambtstermijn van de Estse president Kersti Kaljulaid eindigt dit jaar, nadat zij 5 jaar geleden na een flink aantal stemrondes uiteindelijk werd gekozen. Jüri Ratas, voormalig minister-president en tot voor kort een mogelijke kandidaat voor het presidentschap, heeft de leden van de Riigikogu verzocht aanwezig te zijn bij een speciale vergadering. Het zomerreces is dan nog niet ten einde, dat is namelijk verlengd tot medio september om politici de kans te geven campagne te voeren voor de lokale verkiezingen die in oktober gehouden worden.

Vier dagen vantevoren, 26 augustus, kunnen de leden van de Riigikogu hun kandidaten naar voren schuiven. Dit kan tot en met 28 augustus. Om daadwerkelijk mee te mogen doen aan de uiteindelijke verkiezing, dient een kandidaat tenminste 1/5e van de kamerleden achter zich te krijgen, in dit geval 21 van de 101 leden.

Nadat de kandidaten bekend zijn, volgt op 30 augustus de verkiezing van de nieuwe president van Estland. De kandidaat die tweederde van de stemmen weet te behalen, 67 leden van de Riigikogu, wordt beëdigd. Mocht na de eerste dag geen enkele kandidaat de meerderheid weten te behalen, dan volgt een dag later een tweede stemming. In het uitzonderlijke geval dat er zelfs dan nog geen winnaar aangewezen kan worden, dan gaan de twee kandidaten met de meeste stemmen door naar een volgende stemronde, die dezelfde dag nog gehouden wordt.

Indien ook de derde stemronde geen doorslaggevende uitslag oplevert, zal binnen een maand een verkiezingscommissie geformeerd worden, bestaande uit leden van de Riigikogu en lokale politici uit alle verkezingsdistricten van Estland. Hoewel dit scenario zeer uitzonderlijk is, was het vijf jaar geleden wel de route die men moest volgen om een nieuwe president te kiezen.

Deze bijzondere manier van het kiezen van een president is zeer bewust ingevoerd na de herwonnen onafhankelijkheid. Wanneer de inwoners van Estland zelf zouden mogen kiezen, bestaat het gevaar dat het mogelijk een politiek beladen keuze zal worden. Daarom is de steun van tweederde van de Riigikogu ook zo belangrijk, omdat dan meerdere politieke partijen de kandidaat steunen. Presidentskandidaten dienen alle politieke banden te verbreken met de partij waar ze bij horen.

Wie de nieuwe president gaat worden, is gissen. Kersti Kaljulaid heeft het voornemen uitgesproken om voor een tweede termijn te zullen gaan. Naar alle waarschijnlijkheid zal zij niet voldoende steun uit de Riigikogu krijgen. Reformierakond, de partij die haar graag nog vijf jaar op deze post ziet zitten, is inmiddels minder enthousiast. Jüri Ratas heeft aangegeven zich niet verkiesbaar te stellen. Vooralsnog zijn er geen andere kandidaten bekend.

Parlementsverkiezingen

In maart 2023 mogen de Esten naar de stembus, tenzij ze ervoor kiezen om digitaal hun stem uit te brengen, dan kan het vanaf elke denkbare plek, met internet. Estland kent, net als Nederland, een meerpartijenstelsel. Door de vele (splinter)partijen is het voor politieke partijen vrijwel onmogelijk om een absolute meerderheid te behalen.

In totaal zijn er 101 zetels te verdelen in de Riigikogu. Anders dan in Nederland heeft Estland slechts 1 Kamer waarin alles wordt afgehandeld. Er is in de recente geschiedenis slechts een korte periode geweest waarin de Riigikogu was verdeeld in twee afzonderlijke kamers, namelijk tussen 1938 en 1940. Door de bezettingen die volgden, waardoor een eigen regering onmogelijk was, kon hier geen invulling meer aan gegeven worden.

Iedere staatsburger van 18 jaar of ouder mag zijn stem uitbrengen, zolang deze persoon niet in een penitentiaire inrichting zit. De minimumleeftijd om verkozen te worden in de Riigikogu is vastgesteld op 21 jaar. Om een goede balans te vinden in de vertegenwoordiging, wordt tijdens de verkiezingen gebruik gemaakt van een districtenstelsel. Estland telt 12 van dit soort districten, welke grofweg zijn gebaseerd op de 15 provincies die het land telt. De hoofdstad Tallinn is, vanwege het hoge inwoneraantal, verdeeld in 3 districten. Andere gebieden zijn juist samengevoegd tot een district, juist vanwege het lage inwoneraantal.

De eerste verkiezingen na de bezetting van de Sovjet-Unie vonden plaats in 1992 en verliepen niet helemaal hoe het zou moeten gaan. Zo kwamen er berichten naar buiten dat het niet voor iedereen mogelijk was om het stemgeheim te bewaren en werden meerdere mensen in een stemhokje gesignaleerd. Ook konden enkel Estse staatsburgers stemmen, maar niet iedereen kon aantonen dat zijn of haar ouders al voor de Tweede Wereldoorlog in Estland woonden.

Tegelijkertijd was men bang voor de veiligheid van zowel de stembureaus als de stembiljetten. Doordat er maar liefst twee weken lang gestemd kon worden, was men bang dat er confrontaties zouden ontstaan tussen Esten en de Russische minderheid, die plots geen staatsburger meer waren. Verder moesten stembiljetten twee weken lang bewaard worden, maar daar was geen gestandaardiseerd proces voor.

De verkiezingen werden uiteindelijk gewonnen door Isamaa, een samenwerkingsverband dat bestond uit meerdere partijen met hetzelfde gedachtegoed. Confrontaties met Rusland bleven uit. Hoewel deze verkiezingen schoonheidsfoutjes kende, waren ze toch als geslaagd bestempeld.

Corona in Estland – deel 2

Net als in Nederland, is het beleid in Estland dat er volop getest moet worden. Inmiddels is ook het vaccinatieprogramma volledig gestart. Dit alles wordt georganiseerd door het Estse ministerie van Volksgezondheid, het Estse ministerie van Sociale Zaken en ruim 12 medische organisaties, van ziekenhuizen tot (commerciële) laboratoria.

Wie in Estland getest wil worden kan, hoe kan het ook anders, online een testafspraak inplannen. Er is eerst een verwijzing van een huisarts nodig, al is dit puur een formaliteit. Bellen naar je eigen huisarts kan tijdens de reguliere uren, daarbuiten kan je naar de Estse variant van de huisartsenpost bellen. Doorgaans is een verwijzing eenvoudig geregeld, zolang je maar klachten hebt. Daarna krijg je een sms met een code, die nodig is bij het maken van de afspraak.

Wie een verwijzing heeft, kan online een afspraak maken. Op een speciale website krijg je een lijst met beschikbare locaties, op basis van je eigen locatie, te zien. Onder elk adres staan alle beschikbare tijdstippen waarop je nog terecht zou kunnen. Tevens kan je kiezen voor een door de staat betaalde test, of een test die je zelf betaalt.

Na het maken van de afspraak kan je getest worden. De test is in Estland net zo onprettig als in Nederland. Binnen 24 tot 48 uur zijn de testresultaten bekend en worden ze in je elektronische patiëntendossier geplaatst. De huisarts krijgt de uitslag ook te horen, je hoeft in dat geval niet zelf contact op te nemen.

Mensen die liever niet via internet een afspraak inplannen, vallen niet buiten de boot. Zij worden namelijk door de overkoepelende organisatie die de testen organiseert gebeld om een afspraak in te plannen.

Naast de gratis coronatest, worden er ook betaalde testen aangebode; zoals hierboven beschreven. Een test die zelf, of door de werkgever, betaald wordt, kost tussen de €58 en €75. Deze zijn voornamelijk bedoeld voor mensen die geen verwijzing van de huisarts krijgen, of kunnen krijgen. In het laatste geval gaat het om reizigers uit het buitenland die verplicht getest moeten worden. Ook werkgevers kunnen een test inplannen voor hun werknemers. Een dergelijke test is ook mogelijk als de wachttijden voor een gratis test te lang zijn, al lijkt dat probleem in Estland niet voor te komen.

Naast het testen op het coronavirus, kan men in Estland ook getest worden op antistoffen in het bloed. Deze test wordt op diverse locaties aangeboden, het testresultaat wordt binnen 24 uur in het elektronisch patiëntendossier geplaatst.

Corona in Estland – deel 1

Afgelopen jaar ontkwam ook Estland niet aan het coronavirus, dat inmiddels al ruim een jaar de wereld ontwricht. De Estse regering werd hierdoor gedwongen maatregelen te nemen om de verspreiding van het virus in te dammen. De regels hebben wisselend succes, aangezien er recent een nieuwe lockdown is afgekondigd.

De regels die gelden, worden gebaseerd op het aantal besmettingen. Begin maart 2021 is Estland in een lockdown gegaan, die op 11 maart 2021 inging en zal duren tot 25 april 2021. Voor die tijd wordt bepaald of de lockdown wordt verlengd. Tot die tijd hebben de Esten te maken met de volgende regels:

– Alle scholen zijn dicht. Leerlingen krijgen online les.
– De 2+2-regel is van kracht. Dit houdt in dat maximaal twee personen zich buiten mogen begeven, en zij tenminste twee meter apart van elkaar dienen te blijven. Deze regel geldt niet in het openbaar vervoer en voor gezinnen.
– Niet-essentiële winkels zijn gesloten.
– Restaurants zijn gesloten. Afhalen (kaasaost) is wel toegestaan.
– Sporten in groepsverband is niet toegestaan.
– Kinderdagverblijven zijn geopend, maar het gebruik ervan wordt ontmoedigd. Ouders die daadwerkelijk afzien van de diensten van het kinderdagverblijf, worden gecompenseerd.

Daarnaast zijn mondneusmaskers verplicht in het openbaar vervoer en binnen in alle publieke ruimten. Verder zijn alle evenementen afgelast, zijn musea, bioscopen, theaters en casino’s gesloten en is er een verbod op de verkoop van alcohol tussen 22:00uur en 10:00uur. Estland kent, op het moment van publicatie, geen avondklok.

Wie naar Estland reist, dient dit goed te overwegen. Hoewel de toeristische industrie hard geraakt is, worden reizen vooralsnog afgeraden. Zo is bij aankomst een quarantaine van 10 tot 14 dagen bijna onvermijdelijk. Wanneer het land van herkomst minder dan 150 besmettingen per 100.000 inwoners heeft, ontkom je hier aan. Estland heeft nu zelf 1053 besmettingen per 100.000 inwoners.

In de regio heeft deze regel wel veel impact gehad. Daarom zijn reizigers uit Finland, Letland en Litouwen uitgezonderd van een quarantaine, zolang zij een negatieve coronatest kunnen laten zien, die niet ouder is dan 48 uur. Het moet overigens wel gaan om een noodzakelijke reis, bijvoorbeeld voor werk, studie of een bezoek dat medisch van aard is. Ook mensen die op doorreis zijn, kunnen gerust door Estland. Het gaat hierbij veelal om mensen die de veerboot naar Finland pakken.

Sinds de uitbraak van het virus zijn er 109.399 besmettingen in Estland vastgesteld. Van hen zijn er 941 aan het coronavirus overleden. Het vaccinatieprogramma is inmiddels gestart, ruim 223.153 inwoners hebben de eerste prik gehad. 67.664 mensen zijn volledig gevaccineerd. Deze data is gebaseerd op informatie van het Estse ministerie van Volksgezondheid (Terviseamet).