In Estland leidt de hoge btw op boodschappen tot problemen. Het land rekent 24% btw en is daarmee binnen Europa één van de koplopers. Enkel Denemarken rekent meer, namelijk 25%.
Volgens de Estse Vereniging van Detailhandelaren nemen de verkopen in supermarkten af. Volgens de vereniging komt dat doordat het voor veel Esten financieel niet meer mogelijk is om de boodschappen te doen die ze zouden willen doen. Daarom luidt men de noodklok bij de regering en is er een brede publiekscampagne gestart. Uit berekeningen blijkt dat een boodschappenmand van €100 in Estland, in nagenoeg alle EU-landen goedkoper zou zijn. Het goedkoopste land is Ierland, waar hetzelfde mandje €81 zou kosten. Het enige land waar het meer zou kosten, is Denemarken waar men €101 betaalt. Het grote verschil is dat het gemiddelde inkomen in Denemarken twee keer hoger is dan dat in Estland.
De teruglopende verkopen hebben ook effect op de productieketen. Lokale boeren en voedselproducenten worden hierdoor getroffen, omdat hun afzetgebied klein is. Door de btw te verlagen, op in ieder geval de basisproducten, zouden niet alleen consumenten geholpen zijn, maar ook de producenten. Lokale producten zijn bijvoorbeeld melk, fruit, eieren, groenten en (biologisch) vlees.
Niet alleen de Vereniging van Detailhandelaren zet zich in voor de verlaging van de btw, ook bijna alle grote supermarktketens juichen het plan toe. Zij zien dagelijks de gevolgen van de hoge btw. Zo wordt er minder verkocht en neemt het aantal winkeldiefstallen toe. Het is volgens hen hoog tijd om de btw op boodschappen te verlagen van 24% naar 10%. De vereniging heeft aangegeven om met de verantwoordelijke minister van Financiën, Jürgen Ligi, de plannen te willen bespreken.
Hoewel dat gesprek nog niet heeft plaatsgevonden, is de kans niet groot dat een gesprek überhaupt zin zal hebben. Eerdere acties en een petitie die meer dan 100.000 keer ondertekend werd, konden de regering niet bewegen om de btw te verlagen. De minister heeft zich zelfs al uitgelaten over de campagne. Ligi wijst mensen erop dat in de landen waar de btw het laagst is, zoals in Ierland (0%) en Malta (0%), de producten juist duurder zijn. Echter heeft dat te maken met de ligging van de landen en de kosten die gemaakt worden voor het importeren. Daarnaast wijst Ligi op de gevolgen van een btw-verlaging. De Estse regering zou dan te maken kunnen krijgen met een begrotingstekort. Overigens had Estland vorig jaar een begrotingsoverschot van €2 miljard.
Tijdens de vorige actie pareerde de minister de plannen door te stellen dat boodschappen niet goedkoper zullen worden als de btw verlaagd wordt. Supermarkten zouden de prijzen niet verlagen, maar juist de winstmarges vergroten, luidde de waarschuwing. Supermarktketens reageerden destijds direct door te stellen dat absoluut niet te zullen doen.
De campagne die consumenten moet informeren over de btw in Estland vergeleken met andere EU-landen, loopt tot medio april. Maar de vereniging is van plan om actie te blijven voeren tot de volgende verkiezingen voor de Riigikogu. Deze zijn gepland in maart 2027. Een website, waar mensen zelf kunnen berekenen hoeveel hun boodschappen in een ander land zouden kosten, wat betreft de btw, staat hierin centraal. Daarnaast zullen advertenties verschijnen op digitale schermen in supermarkten, wordt er op social media aandacht aan besteed en zijn er spotjes op de radio te horen. Zelf vergelijken? Dat kan, de website (in het Ests) is hier te bezoeken.
