Na een korte wachttijd mogen we aan boord van het vliegtuig. We mogen, ook hier, zelf onze documenten scannen. Met stiekem iets teveel handbagage lopen we door. We worden niet teruggeroepen en ook in het vliegtuig horen we niks. Wel horen we een hoop Nederlands. Of het toeval is, of pure pech, we zullen het nooit weten, maar de rij schuin achter ons en de rij direct achter ons, spreekt volop Nederlands. En dat is zowat de enige taal die we horen. De Nederlanders maken hun reputatie waar, ze zijn luidruchtig. De Letten, die naast ons zitten, hoor je nauwelijks, terwijl ze toch een gesprek voeren. De Esten, die voor hen zitten, hoor je ook amper.
Gedurende de vlucht horen we hoe enkele Nederlanders geschrokken zijn van hoe zaken zijn geregeld in Estland. De opmerking “ze lopen misschien zelfs voor op ons”, is goud waard. Het gesprek slaat gedurende de vlucht ineens om. De Nederlandse politiek is plots het gespreksonderwerp. De meningen zijn scherp, maar niet helemaal goed onderbouwd. Ondertussen krijgen we te maken met hevige turbulentie, die bij één van de kinderen achterin tot een vorm van paniek lijdt die niet stopt tot we geland zijn. Anderhalf uur later, welteverstaan. Eén stewardess is achterin gaan zitten en probeert op haar mobiel een spelletje te spelen. Het is een gekke vlucht.
Met slechts enkele minuten vertraging komen we aan op Schiphol. Het is een koude douche; het is druk, bagagekarretjes zijn niet te vinden, roltrappen zijn stuk en de loopafstanden zijn groot. De wandeltocht naar de bagageband is een uitdaging, zeker omdat Schiphol behoorlijk warm is. Diverse klokken, die het niet deden, lijken vervangen te zijn door ventilatoren. Op bepaalde locaties staan grote ventilatoren, maar het lijkt niet te werken. Volledig uitgeput door de vlucht en de ervaring op Schiphol, komen we aan bij de juiste bagageband. Gelukkig is alle bagage aanwezig en volgt een tweede wandeltocht, nu richting het parkeerdek.
Met een autorit van ongeveer een half uur, komt een einde aan de vakantie van 2026.
