Estland, Letland en Litouwen gaan gezamenlijk treinen aanschaffen die dienst gaan doen op Rail Baltica.
De drie spoorvervoerders uit de landen, Elron (Estland), Vivi (Letland) en LTG Link (Litouwen), hebben de eisen op papier gezet waar de treinen aan moeten voldoen. De treinen moeten ongeveer 200 zitplaatsen hebben, ruimte voor fietsen en toegankelijk zijn voor mindervaliden. De voertuigen moeten een snelheid kunnen halen van 200 km/h.
Niet elk land schaft even veel treinen aan. Estland is van plan 5 treinen te kopen, met de optie om later nog 2 aan de vloot toe te voegen. Letland koopt er maximaal 5, Litouwen maximaal 8. Het exacte budget voor de treinen is niet bekendgemaakt. Wat de drie bedrijven gezamenlijk betalen, wordt pas later duidelijk als er een leverancier gekozen is.
De treinen moeten in 2029 geleverd worden, zodat ze na de testritten in 2030 ingezet kunnen worden. Of er daadwerkelijk passagiers vervoerd zullen worden in 2030, is nog onzeker. Dat ligt niet aan de treinen, maar aan het tracé. Estland en Litouwen, die beiden een complex trajectdeel hebben, liggen achter op schema. Letland, dat een relatief eenvoudig tracé moet aanleggen, loopt ook achter op schema. Volgens Letland heeft dat te maken met het ontbreken van financiële middelen.
Zodra Rail Baltica voltooid is, zijn de Baltische staten met een hoogwaardige treinverbinding verbonden met Polen. Ook daar wordt een deel van Rail Baltica aangelegd. Of dat deel in 2030 af is, blijft onduidelijk. Polen acht het onrealistisch dat het werk op tijd voltooid is en mikt op een opening in 2040.
