Vanuit Tallinn rijden we nog eens naar Kloogaranna. Dit strand, dat tijdens de Sovjetbezetting enorm populair was, ligt er verlaten bij als we aankomen. Zowel de gratis parkeerplaats op flinke afstand van het strand, als de betaalde parkeerplaats op loopafstand, zijn uitgestorven. De wind maakt het blijkbaar minder aantrekkelijk om op het strand te zijn, laat staan de zee in te gaan.
Enkelen wagen de gok toch. Door de bewolking is het niet zo extreem zonnig. Het is er beter toeven dan in de volle zon enkele dagen eerder. Het nadeel is wel dat geen enkele voorziening open is. Geen jƤƤtisekokteil of andere versnapering. Enkel de toiletten, die dixi’s blijken te zijn, kunnen worden gebruikt. Na een paar uur gezandstraald te zijn, gaan we terug naar de bus. Voordat we naar huis rijden, zoeken we eerst nog een supermarkt in de buurt.
In onze bagageruimte hebben we namelijk meer dan 100 lege flessen en blikjes liggen. Niet van straat of uit prullenbakken gevist, maar puur na eigen gebruik. In Estland zit namelijk op alles statiegeld. Het formaat maakt niks uit, elk leeggoed heeft een waarde van ā¬0,10. In Laulasmaa, op een kwartier afstand van Kloogaranna en op de weg naar Tallinn, vinden we een Selver met een zogenaamde taaraautomaat.
Binnen een paar minuten werken we de tassen en vuilniszakken vol blikken en flesjes weg in de automaat. Jarenlang hebben we in Nederland kunnen oefenen toen ze daar de bulkautomaten nog niet kenden. Een man die met één vuilniszak staat toe te kijken, is onder de indruk. Met het bonnetje duiken we nog de supermarkt in, want het geld moet wel geïncasseerd worden. Na deze korte onderbreking, rijden we voor de laatste keer terug naar Tallinn.
