Een flink aantal jaren geleden, inmiddels bijna 20, kluste ik bij als teamleider bij Albert Heijn. Daar was ik onder andere achter de servicebalie te vinden. De plek waar de bijzondere kassahandelingen plaatsvonden, zoals het inleveren van zegelboekjes.
Op een zondagmiddag verschijnt een ietwat schichtige klant aan de balie. Hij heeft een plastic boodschappentas van Albert Heijn bij zich, maar wel een variant die op dat moment al jaren niet meer werd gemaakt. De inhoud van de tas bleek net zo antiek te zijn. In de erfenis van een familielid bleken zegelboekjes te zitten, die hij kwam verzilveren. Het ging om het astronomische aantal van maar liefst 25 zegelboekjes. De klant had geen idee hoe het verzilveren in zijn werk zou gaan. Ik had even geen idee waar ik €1300 aan contant geld vandaan zou moeten halen. Uiteindelijk maakten we een afspraak, zodat we de boekjes veilig zouden kunnen verzilveren. Een week later loopt een gelukkige klant de winkel uit.
Een andere klant die wel had bedacht dat het nuttig zou zijn om vooraf even te bellen, kondigde aan met 10 boekjes te komen. Een aantal dat relatief eenvoudig verzilverd kan worden. In dergelijke gevallen telden we vooraf het geld, zodat de kassahandeling snel plaats kan vinden. Wanneer de klant aan de balie staat, komt hij nog met een kleine verrassing. Hoewel we tijdens het telefoongesprek meermaals gevraagd hebben om hoeveel boekjes het zou gaan, blijkt het aangekondigde aantal niet te kloppen. Het zijn er ineens 20. Er breekt lichte paniek uit en we besluiten om enkele boekjes bij de reguliere kassa’s te verzilveren. Het is een koddig gezicht dat uiteindelijk bijna een uur in beslag neemt. De zegelboekjes moeten namelijk ook per stuk gecontroleerd worden. Met wat moeite lukt het verzilveren alsnog.
Het nadeel van de koopzegels was dat ze ingeplakt moesten worden. Waar de één hiervoor een vochtige spons gebruikt, gebruikt de ander nog ouderwets de eigen tong. De klant die in de vroege ochtend aan mijn kassa stond, had de avond ervoor de tijd genomen om de zegels in te plakken. Dat had ze na het eten gedaan. Ze was er de hele avond mee bezig geweest, vertelde ze. Ik vroeg haar of de zuurkool had gesmaakt. Enigszins vertwijfeld keek ze mij aan, want hoe wist ik dat ze dat gegeten had? De verklaring hield ik maar voor me, maar de geur van het zegelboekje heeft nog wekenlang in de kluis gehangen.
