In de vroege ochtend van 25 maart is een drone terechtgekomen in de Estse plaats Auvere.
De drone raakte een schoorsteen van een energiecentrale en richtte minimale schade aan. Er vielen geen gewonden en de centrale ondervond geen verdere hinder van de inslag. Het was niet de enige drone die in één van de Baltische staten terechtkwam. Op dezelfde dag kwam in het zuiden van Letland, bij de plaats Dobročina, ook een drone terecht. Een paar dagen eerder, op 23 maart, kwam een drone terecht in het zuiden van Litouwen. Nabij de plaats Varėna werden de resten van het projectiel gevonden.
De drones kwamen niet enkel terecht in de Baltische staten, ook Finland werd meermaals getroffen. Op 28 maart kwamen twee drones terecht in Kouvola. Een paar dagen later was het raak in Parikkala, een plaats in Finland bij de grens met Rusland. Op dezelfde dag werden ook resten van een drone gevonden in Hammaste, in Zuid-Estland. Op 1 april stortte in Rēzekne, in Letland, een drone neer.
In alle gevallen gaat het om Oekraïense drones die doelen moesten raken in Rusland. Naar alle waarschijnlijkheid waren de plaatsen Ust-Luga en Kirishi het doelwit. De Oekraïense overheid is naar verluidt in gesprek met de getroffen landen. Het land heeft ook sterke aanwijzingen dat Rusland de drones richting het westen stuurt, door het gps-signaal te verstoren. Op onderstaande kaart is goed te zien dat de drones nagenoeg allemaal ongeveer dezelfde afwijking in de vliegroute vertonen. Overigens missen niet alle drones hun doel. Vanuit Narva, in Oost-Estland, zijn grote rookpluimen te zien boven de haven van Ust-Luga. Dat duidt erop dat het Oekraïne gelukt is om de Russische oorlogseconomie te treffen.

Rusland stuurt de drones niet alleen naar het westen om kritieke doelen in het land te beschermen. De overheid gebruikt het ook om de beeldvorming in het land te beĂŻnvloeden. Door deze actie hoopt Rusland dat er verdeeldheid ontstaat in Europa. Daarnaast beschuldigt Rusland de Baltische staten ervan dat ze bewust hun luchtruim openstellen voor OekraĂŻne. Deze uitlatingen zorgen ervoor dat Estland telkens expliciet meldt dat het luchtruim niet is opengesteld voor OekraĂŻne, ook al steunt Estland de aanvallen wel.
Inwoners van Estland worden telkens tijdig gewaarschuwd wanneer er een drone gespot wordt. Via onder andere een sms-bericht en de app “Ole Valmis!” zendt de overheid waarschuwingen naar iedereen die in het gebied aanwezig is waar mogelijk een drone gaat neerstorten. De regering benadrukt dat elke melding serieus genomen moet worden en mensen moeten schuilen zodra ze een drone zien. Ook worden ze opgeroepen 112 te bellen.
Tegelijkertijd maakt het ministerie van Defensie van de gelegenheid gebruik om inwoners van Estland instructies te geven voor het geval ze een drone zien. Zo wordt men geadviseerd om niet te dichtbij te komen en gelijk 112 te bellen. Daarnaast dient men anderen te waarschuwen, die niet meteen doorhebben wat er aan de hand is. Vervolgens wordt dringend aangeraden om te schuilen. Tot slot drukt men personen op het hart om niks online te delen, bijvoorbeeld de locatie. Op die manier hoopt men nieuwsgierige mensen op afstand te houden. Zij zouden zichzelf in gevaar kunnen brengen en de hulpdiensten kunnen hinderen.
