Vanuit Laulasmaa zijn we binnen een uur terug in Tallinn. Na ons diner bij Basiilik, in de haven van de stad, zetten we iedereen thuis af. Voordat we de bus een dag later inleveren, maken we deze eerst schoon. Commentaar een paar jaar eerder over onze te stoffige bus, heeft ertoe geleid dat we nu elke keer onze bus bij een zelfbedieningswasstraat wassen. Dat is sowieso een leuk uitje.
Onze wasstraat bevindt zich naast een eindpunt van enkele buslijnen en is daardoor wat lastig te bereiken. De oprit ligt verscholen tussen de parkeerplaatsen en is vrij smal. Waarschijnlijk is dat ook de reden dat het er altijd vrij rustig is. In Laagraven zijn er dagen dat je zeker weet niet aan de beurt te zullen komen. Nu hebben we gelijk een vrije wasruimte te pakken en kunnen we aan de slag. De hevige regenval en de diepen plassen die we daardoor vandaag tegenkwamen, hebben de bus net iets viezer gemaakt dan de 10 dagen ervoor.
De modder is vrij vlot verdwenen, maar de talloze insecten die tijdens onze ritten zijn gesneuveld op onder andere de kentekenplaat, zijn van een ander kaliber. De diverse soorten zeep weten het meeste weg te werken, maar zelfs spuiten met een hogedrukreiniger, werkt niet. Totdat ik het knopje “turbo” ontdek. De klok die aangeeft hoe lang je nog het wasprogramma kan gebruiken, gaat dan versneld lopen. Maar de straal die uit het spuitstuk komt is extreem hard. Bijna laat ik de slang los, omdat de klok eerder begint met versnellen dan het water.
Na ongeveer 20 minuten is de auto zo goed als schoon en rijden we terug richting het appartement.
