Op 30 augustus 2026 kiest Estland een nieuwe president. Althans, de leden van de Riigikogu kiezen een nieuwe president, aangezien het staatshoofd in Estland indirect gekozen wordt.
De verkiezing volgt een bijzonder proces. Voordat een kandidaat aan de verkiezing mag deelnemen, dient deze genomineerd te worden door 21 leden van het parlement. Dat is eenvijfde van het complete parlement, dat 101 leden telt. Nadat de kandidaten bekend zijn, volgt een stemming in de Riigikogu. Wanneer minimaal 68 volksvertegenwoordigers op één kandidaat stemmen, heeft deze persoon de benodigde twee derde aan stemmen behaald.
Het kan voorkomen dat meerdere stemrondes worden georganiseerd, op het moment dat geen enkele kandidaat het benodigde aantal stemmen weet te behalen. Tussen de stemrondes kunnen presidentskandidaten zich terugtrekken of lobbyen om meer stemmen te behalen. Mocht de Riigikogu er niet uitkomen, dan volgt een andere stemprocedure. In dat geval wordt een kiescollege samengesteld, bestaande uit parlementsleden en vertegenwoordigers van gemeenteraden. Wanneer een kiescollege moet stemmen, zijn niet 68 stemmen nodig, maar 168. Indien ook dit gezelschap geen president weet te kiezen, gaat de stemming weer terug naar de Riigikogu.
Het systeem staat al zeker 10 jaar ter discussie. Bij de vorige presidentsverkiezingen, in 2021, was er slechts één kandidaat, Alar Karis. Hij is op dit moment de president van Estland. Andere kandidaten kwamen niet door de voorselectie. Ook de toenmalige president, Kersti Kaljulaid, kreeg niet genoeg steun van de parlementsleden. Hierdoor was Karis de enige kandidaat die aan de presidentsverkiezing deelnam. Toch waren er twee stemrondes nodig, omdat niet iedereen overtuigd was van zijn kandidatuur.
Ook de verkiezingen in 2016 verliepen niet zonder problemen. Tijdens de eerste stemronde deden drie kandidaten mee. Geen van hen behaalde genoeg stemmen, waarna een tweede stemronde volgde. In de tussentijd trok één kandidaat zich terug en voegde één persoon zich toe aan de kandidatenlijst. Maar ook na de tweede poging, wist niemand de benodigde meerderheid te behalen. Een derde stemronde in de Riigikogu, met nog slechts twee kandidaten op de lijst, volgde. Geen van beide behaalde minimaal 68 stemmen.
De vierde stemronde vond plaats bij het kiescollege. Met maar liefst 5 kandidaten op de lijst, had men genoeg te kiezen. Uiteindelijk bleven twee kandidaten over voor de vijfde stemronde, welke in een patstelling eindigde. Beide kandidaten behaalden nagenoeg hetzelfde aantal stemmen, maar te weinig. Een unicum, want nu was de Riigikogu weer aan zet. Voorafgaand aan de stemming besloot één van de kandidaten zich terug te trekken en adviseerde hetzelfde aan alle andere kandidaten. Ondertussen kwamen de fractievoorzitters van de politieke partijen, voorzitter en de vicevoorzitter van de Riigikogu samen om de kwestie te bespreken.
Het doel van dit overleg was om één kandidaat te vinden, die genoeg steun zou krijgen van alle politieke partijen. Kersti Kaljulaid werd uiteindelijk voorgedragen. Zij werkte voor de Europese Rekenkamer in Luxemburg. Zij stond wat verder van de Estse politiek, was de gedachte. Maar liefst 90 van de 101 parlementsleden steunden haar voordracht. Na de officiële stemming, waar 81 parlementsleden op haar stemden, was ze president van Estland.
Hoe de verkiezing dit jaar zal verlopen, is nog niet zeker. De huidige president, Alar Karis, is niet populair onder de parlementsleden, waardoor het onzeker is of hij genoeg steun krijgt om voor een tweede ambtstermijn te gaan. Karis heeft zich nog niet uitgesproken over een mogelijke tweede termijn, maar hij lijkt het niet te ambiëren. Andere mogelijke kandidaten hebben zich vooralsnog niet gemeld.
