Het tramnetwerk in Tallinn is de afgelopen jaren meermaals op de schop gegaan. Een nieuwe lijn werd geïntroduceerd en zowel de luchthaven als de veerhaven werden toegevoegd aan de lijst met bestemmingen.
Echter kost het aanleggen van een nieuw tracé veel geld. Omdat de trams slechts één bestuurderscabine hebben, zijn keerlussen aan het einde van de route noodzakelijk. De aanleg van een dergelijke lus kost veel geld en daarnaast neemt een keerlus kostbare ruimte in. Deze infrastructuur maakt het ook moeilijk om tramlijnen in te passen in wijken waar weinig ruimte is. Daarnaast is het verlengen van een tramroute hierdoor ook lastiger.
Om die reden overweegt Tallinn 22 tweerichting trams aan te schaffen. Volgens locoburgemeester Joel Jesse biedt dat voordelen. Nieuwe tramlijnen kunnen sneller in gebruik genomen worden als deze in segmenten wordt aangelegd. Passagiers hoeven niet meer te wachten tot de hele lijn is aangelegd. Verder kan, in geval van een stremming op de route, altijd gekeerd worden en blijft tramverkeer mogelijk.
Naast de ruimte die bespaard wordt door geen keerlus meer aan te leggen, wordt ook nagedacht over een nieuw type tramhalte. Doordat de nieuwe trams aan beide zijden deuren hebben, zijn zogenaamde eilandperrons nu ook een optie. Twee haltes worden in dat geval gecombineerd tot één halte, waar trams in beide richtingen kunnen stoppen. Dit zou, met name in de binnenstad, ruimte besparen die steeds schaarser wordt.
De locoburgemeester benadrukt dat de huidige trams niet op korte termijn vervangen zullen worden. De nieuwe trams zouden op nieuwe tramlijnen komen te rijden. Zo wordt nagedacht over een tramverbinding naar Lasnamäe. Deze route zou uitermate geschikt zijn voor het nieuwe type tram. Hoewel deze trams duurder zijn dan de conventionele trams, zijn ze nog altijd goedkoper dan de extra kosten die gemaakt worden bij de aanleg van een keervoorziening.
Vooralsnog ontbreken details over de aanbesteding. Ook de voortgang van de nieuwe tramlijnen is op dit moment onduidelijk.
