Antwerpen – Utrecht

In onvervalst en onverstaanbaar Vlaams vuurde hij de ene na de andere vraag op ons af. Dit bleek een mooie gelegenheid te zijn om te doen alsof wij hem niet verstonden. Deels was dat waar. Het volgende station liet lang op zich wachten, voor ons gevoel. Groot was onze vreugde op het moment dat hij uitstapte, en nog éénmaal zijn hand opstak om ons te groeten. We zullen nooit weten wat deze man voor zijn treinreis had gebruikt.

Bij aankomst in Antwerpen bleek de hal van het station vrij groot te zijn. Meerdere verdiepingen, talloze sporen op die verdiepingen en een flink aantal broodjes- en uiteraard diamantzaken, vulden de hal. Het kiezen van een geschikt broodje bleek lastiger dan verwacht. Zelfs onze royale overstaptijd kwam in het gedrang, waardoor we met een ietwat prijzige panini naar het juiste spoor moesten rennen.

De trein, die ongetwijfeld op andere zondagen in het Spoorwegmuseum staat, voerde ons langs bijzondere stations, waarbij je je afvraagt waarom op die plek eigenlijk een station te vinden is. De namen Luchtbal en Kijkuit spraken tot de verbeelding. Naar mate de grens in het vizier kwam, werd ook de trein steeds voller. Het was duidelijk dat we bijna thuis waren.

Met nog twee keer overstappen in de planning, en een voorspoedige serie ritten achter de rug, kon er haast niks meer mis gaan. Tot ‘s-Hertogenbosch ging het zonder meer goed. Op het moment dat de trein volstroomde met geïrriteerde mensen, bleek dat het elders minder goed was gegaan. Een moeder en vrij stevige dochter wurmden zich naast ons. De dochter naast mij, waardoor ik in Utrecht blij was dat ik uit mocht stappen.

Zonder enig gevoel in mijn been, strompelde ik de trein uit. Het liften bleek niet het moeilijkste van dat weekeinde, de treinreizen hadden me letterlijk gesloopt, maar we hadden het overleefd.

Gent 5

Via de voorsteden van Kortrijk en Gent, eindigden we uiteindelijk bij station Gent Sint Pieter. Terechtkomen in het centrum bleek vrij gemakkelijk te gaan. Het openbaar vervoerbedrijf bleek overal automaten te hebben staan, waar plaatsbewijzen gekocht konden worden. Snel en efficiënt, want hierdoor konden we direct met de tram richting het stadscentrum.

De zon die een dag eerder nog volop had geschenen, was de avond ervoor al verdrongen door regenbuien en niet meer teruggekeerd. De regen zorgde voor een vertrouwde aanblik van Gent, en zorgde ook voor wat extra sfeer. Er zijn steden die er sfeervol uit gaan zien als het regent; Gent hoort daar bij.

Een korte wandeling eindigde bij de tramhalte om terug te keren naar het station. De reis terug naar Nederland beloofde, mede door de zondagsdienstregeling en de onregelmatigheid van de Belgische treinen, lang te duren. De enige zekerheid die we hadden was de tram, die ons ook in de steek liet. Diverse omleidingen zorgden voor een extra overstap, waardoor we tegen onze zin in, een andere route moesten kiezen.

Een route in een tram, die onderdak bood aan tal van vreemde figuren. De man achter ons had de behoefte gevoeld om zijn behoefte daar te doen. Een andere man die instapte vond het nodig om op zijn jas te spugen. De ruzie achter ons, die overduidelijk over het kind in de wandelwagen ging, maakte ons tramtheater compleet.

De trein richting Antwerpen bleek rustiger. Met een ietwat langer traject voor de boeg, geen overbodige luxe. Helaas duurde dat tot onze treinbegeleidster een in slaap gevallen passagier wekte. Hij bleek zijn station al lang en breed voorbij te zijn, en had daardoor zijn overstap gemist. Terugreizen en wachten op de volgende trein bleek zijn enige optie. Tot die tijd moest hij wachten totdat we bij het volgende station aankwamen en in de tussentijd mocht hij absoluut niet in slaap vallen. Daarom koos hij ervoor om mede-passagiers te irriteren. Helaas voor ons, waren wij de gelukkigen.

Kortrijk 4

De volgende ochtend begon niet voor iedereen even sprankelend. Het uitgaansleven had zijn sporen nagelaten, waardoor de opkomst bij het ontbijt bedroevend was. Ook de douches, die of ijskoud of kokend heet waren, konden hier geen verandering in brengen. De enige optie was om elke vijf minuten van douchecabine te wisselen.

Terwijl iedereen zijn roes nog lag uit te slapen, en de beheerders doorkregen dat de kamers in ieder geval niet voor tien uur leeg zouden zijn, vertrokken wij richting het station. Lopend, want de bus was zojuist voor onze neus weggereden. Volgens een vrouw die bij de halte woonde, konden we door de lage frequentie van de bussen, maar beter gaan lopen. We zouden het wel vinden.

Na een aantal minuten langs het spoor gewandeld te hebben, kwamen we terecht bij het station van Kortrijk. We besloten terug te reizen via Gent. Eén van de twee treinen die klaarstond voor vertrek, bleek ook die kant op te gaan. Het enige dat nog ontbrak, was een geldig plaatsbewijs. Posters op het perron meldden dat we deze bij het loket moesten halen. Onmogelijk, bij gebrek aan loket. Een tweede mogelijkheid was bij de treinbegeleider.

Na een rondje door de gehele trein, troffen we de treinbegeleider op het punt waar we begonnen. Nors als hij was, printte hij met frisse tegenzin ons kaartje naar Gent,  met de mondelinge mededeling dat we voortaan maar naar het loket moesten gaan.  Zijn houding kon onze treinpret niet bederven, en ruim 7 minuten te laat reden we weg uit Kortrijk naar de stad waar we een dag eerder nog in de zon van een ijsje hadden genoten.

Kortrijk 3

In de tijd die iedereen gebruikte om de biervoorraaden te verdelen, buiten te voetballen of om het eten voor te bereiden, besloot ik het gebouw eens nader te inspecteren. Belgiè heeft een mooie geschiedenis wat betreft oude gebouwen. De donkere rustige gangen deden was spookachtig aan. Die rust werd verstoord door een motorclub, die even later bezit nam van de gang. Overigens een motorclub die zich voorbeeldig heeft gedragen.

Ook de anders zo drukke kinderen hielden zich gedeisd, evenals de Britse meisjes die de lege kamers in onze gang mochten vullen. Ook al werd hun kamer gedurende de dag en avond te pas en te onpas bezocht door mensen die dachten dat er mensen van onze groep sliepen. Kort na middernacht, ruim 7 uur voor het ontbijt, keerde de rust terug in de herberg. Iedereen die de stad nog in wilde, vertrok. Bij het ontbijt de volgende ochtend bleek het een verstandige keus geweest te zijn om niet mee de stad in te gaan.

Kortrijk 2

Met twee ijsthee op de bon, en slechts één op tafel, zamelden we het geld in om de rekening te betalen. De voettocht die daarop volgde was er wel één die nog lang zou duren.  Aangezien de liftwedstrijd nu ten einde was, zouden we theoretisch gezien de bus mogen pakken. Maar het was allemaal te lopen, vertelde men.

Via de achterbuurten van Kortrijk, kwamen we terecht bij de jeugdherberg waar we één nacht zouden verblijven. Het gebouw, dat ommuurd werd door een gigantische buitenmuur, deed ooit dienst als internaat. De zalen, gangen en kamers waren, gezien de degelijkheid van de inrichting, nooit echt veranderd. Een prachtig gebouw in een mooie groene omgeving. Wellicht dat het de naam Groeningeheem ook wel verklaart.

Na het uitdelen van de sleutels werden we welkom geheten door één van de twee beheerders, die aardig wat weghad van een voormalig Terzake-presentator. Hij was het niet, want de presentator droeg altijd een vlinderdas.

Kortrijk 1

De daadwerkelijke eindbestemming was de Grote Markt in de stad. Een lift proberen te regelen naar het centrum, terwijl je al in de stad bent, en langs een busroute staat, is vrijwel onmogelijk. Ook dit stuk lopen, was onze laatste kans om bijtijds aan te komen. Maar waar  we het centrum precies konden vinden, was ons een raadsel. Op ons opdrachtenlijstje stond slechts een kaart van Gent. De locatie Kortrijk was immers geheim, dus een kaart publiceren zou daar direct een eind aan maken.

We besloten het te vragen aan een gezin dat net een familielid stond uit te zwaaien. De vrouw keek ons geschokt aan. Het centrum, dat was nog een flink eind lopen. De routebeschrijving klonk niet heel moeilijk. Niet veel later bleek de vrouw schromelijk overdreven te hebben over de afstand. De Grote Markt vinden, was dan wel weer een opgave, die nog net niet in een echtelijk conflict uitmondde tussen degenen aan wie we de weg vroegen.

Na het prachtige centrum gezien te hebben, troffen we een deel van de organisatie, en helaas ook onze tegenstanders aan op het terras van een café. We waren vierde geworden, maar wel met een bomvolle geheugenkaart met foto´s die ons wellicht wat punten zouden opleveren bij de opdrachten.

Met onze vierde plaats, waren we geen laatste geworden. Dat hield in dat er nog teams moesten aankomen. De tijd doodden we op het terras waar een zeer gastvrije kelner, op gewiekste wijze iedereen een Leffe-biertje probeerde te verkopen. Het café werd zwaar gesponsord door de bierbrouwer, dus er was geen ontkomen aan, tenzij je expliciet een ijsthee bestelde. Ook dan was het maar de vraag of deze ooit nog aan zou komen.

Gent 4

Na niet al te lang wachten stopte er een bestelbusje. De vorige rit stond nog in mijn geheugen gegrift. De staat van het voertuig zou in Nederland onmiddellijke sloop betekenen. In mijn hoofd had ik al besloten dat ik auto’s met honden en rokende eigenaren zou mijden. Gammele busjes waren erbij gekomen.

De eigenaar van het busje, dat niet heel stevig oogde, bleek ook nog eens de eigenaar te zijn van een hond. Mijn dag kon niet meer stuk. De man wilde ons gelukkig naar Kortrijk rijden, of in ieder geval naar de stadsgrens. De rit die volgde was er één die in populaire programma’s over misdragende verkeersdeelnemers niet zou misstaan. De man, die geen gordel droeg, omdat die ooit waren verdwenen, getuige de bevestigingspunten, belde, sms’te en slingerde wat af.

Toeterende auto’s haalden ons links en rechts in, wanneer onze chauffeur te langzaam op de snelweg reed. De wagen slingerde van vangrail naar vluchtstrook, daarbij alle verkeersdeelnemers ontwijkend. Vlak voor een afslag bij Kortrijk werden we vrijgelaten, en waren we hem zeer dankbaar voor de lift, en onze beschermengel voor het veilige aankomen.

Volgens de man zou Kortrijk nog 3 kilometer lopen zijn. Slechts een half uurtje, omgerekend. Dat we uiteindelijk wel moesten lopen, bleek wel toen elke naar de stad rijdende automobilist ons kundig negeerde. Na een paar minuten vluchtstrooklopen belandden we bij een lelijk kunstwerk, ook wel de mega-stemvork genoemd. We hadden Kortrijk gehaald, zonder ontvoerd, beroofd of mishandeld te worden.

Gent 3

Het tweede deel van het liften begon minder voorspoedig. Bij een rotonde in de stad probeerden we een lift te regelen, richting Kortrijk. Niet wetende of we de juiste richting te pakken hadden, zwaaiden we naar elke auto die voorbij kwam. De mensen die stopten, gebaarden dat we over moesten steken, aangezien het zebrapad in de buurt lag.

In de omgeving vragen in welke richting Kortrijk ligt, ten opzichte van Gent, bleek ook weinig vruchtbaar. De frituurmedewerkers stelden zelfs vast, dat het te moeilijk was om uit te leggen. Gedesillusioneerd eindigden we weer bij onze rotonde. Vlak voordat we de hoop opgaven, stopte een bestelbusje, aan de andere zijde van de rotonde. De bestuurder wenkte ons, en begon direct met het opruimen van de bestuurderscabine.

De man meldde ons direct dat we verkeerd stonden. Dat was een slechte start van ons tweede deel, maar hij zou ons wel naar een plek brengen waar vaker lifters stonden. Dat die plek langs de snelweg richting Kortrijk lag, was alleen maar in ons voordeel. Hijzelf moest richting Brussel, maar niet voordat hij eerst zijn fiets had opgehaald. Of hij die nodig had in Brussel, of omdat het wellicht een goed alternatief zou bieden voor het geval zijn bus het zou begeven, was mij niet duidelijk.

Na een korte toer door Gent, werden we bij een populaire liftplaats uit het busje gezet. Hij wenste ons nog veel succes, en ging in volle vaart naar de hoofdstad. Ondertussen hadden wij ons bekende kartonnen bordje tevoorschijn gehaald. Het bleek een ramp te zijn om iemand te laten stoppen. Iedereen zag ons wel, maar boog af richting Brussel. Als dat de eindbestemming geweest zou zijn, was de overwinning een feit.

Uiteindelijk stopte een auto, maar niet naast ons. Wellicht door zijn hoge snelheid dachten we nog. Toen we de auto benaderden, opende de bestuurder zijn raam, en zei hij dat hij richting Brussel ging en slechts één plek had. Waarom hij daadwerkelijk stopte werd even later duidelijk, hij wilde, naar zijn zeggen, de liftende vrouw, die achter ons stond meenemen. De vrouw, die eigenlijk een man was, stapte in, en beiden reden door naar Brussel.

Gent 2

Kort na het eten van ons ijsje werden we gered uit de rioollucht die onze kant op kwam door twee leden van de organisatie, die ons de volgende opdracht en de eindlocatie kwamen vertellen. We moesten zo snel mogelijk in Kortrijk aankomen, maar niet voordat we een blikje bier hadden geruild voor een echt Belgisch biertje.

Met een blikje bier, dat alleen bij de Aldi verkocht kan worden, leek ons dat geen moeilijke opgave. Het plein was immers vergeven van de cafés, evenals de straten ernaartoe. De eerste locatie die we wilden betreden bleek niet geopend te zijn. Het was slechts een doorgang naar een woonhuis. Het tweede café was ook al geen schot in de roos, en in de derde kroeg werden we nog net niet uitgelachen. Iedereen vertelde ons dat ze niks met ons bier konden. We moesten wel de trotse bezitters zijn van het slechtste Belgische bier.

Buiten liepen nog steeds mensen rond met drank in hun handen. Al vanaf het moment dat wij in Gent aankwamen, was de helft van het plein constant voorzien van bier en wijn. En dat al vanaf een uur of één in de middag. Het zou niet moeilijk moeten zijn om iemands bier te ruilen voor ander bier.

Twee Britse bierdrinkende toeristen wezen ons de weg naar een plek waar wij wel ons bier zouden kunnen krijgen. Gekoeld en wel. Het was in ieder geval voldoende informatie om ons ook dit onderdeel relatief snel af te laten ronden. Gedurende onze zoektocht naar bier, waren we nog geen enkele tegenstander tegengekomen; Kortrijk kwam in zicht.

Gent 1

In de tussentijd hadden we genoeg tijd om de Sint-Baafskathedraal ook van binnen te bekijken. Het imposante bouwwerk, dat al vanaf 1539 dienst deed als kerk voor de kanunniken van de Sint Baafs, die eerder nog door de Spanjaarden verjaagd werden uit hun abdij, is nu alleen nog een kathedraal. De kerk kreeg deze status in 1559, na de bisschoppelijke herindeling van de Nederlanden. Tot een aantal jaren geleden was de kathedraal nog een parochiekerk, maar na de samenvoeging van drie parochiegemeenten is besloten om de diensten elders te houden.

De Sint-Baafs, die door de eeuwen heen is gerenoveerd, in de op dat moment gangbare bouwstijlen, is voor menig architectuurliefhebber een interessant gebouw om te bezoeken.  Juist doordat er later veel toevoegingen zijn gebouwd, zijn onder andere invloeden uit de renaissance, gotiek en barok te zien. De crypte is in al die jaren zelfs ongemoeid gelaten. Tevens huisvest de kathedraal het grootste orgel van Europa.

Ook kunstliefhebbers komen aan hun trekken, de kathedraal hangt vol met kunst. Andere toeristen die alleen komen kijken of er nog leuke plaatjes te schieten zijn, hebben pech, fotograferen, al dan niet met flits, is verboden. Puur om de kunstwerken te beschermen, en wellicht ook om de ansichtkaartverkoop te stimuleren.

Buiten deed de ijsverkoper op het plein goede zaken, het warme weer dreef iedereen letterlijk naar zijn kraampje. De straatmuzikante deed het minder fortuinlijk, ze verkocht geen enkele CD, al hoeft dat niet aan het weer te liggen. Het bankje tegenover de kathedraal bleek een prima locatie om een allerhande aan mensen te spotten. Zo ook Katharina, die we eerder al in Tallinn ontmoetten. Ze bleek het niet te zijn, aangezien zij vloeiend Frans sprak. Onze Katharina sprak geen enkele taal vloeiend.